
Techniek in een warehouse: wifi tussen de stellingen, camera’s op de kuil
Een magazijn is de lastigste plek voor wifi die er is, en tegelijk de plek waar hij het minst mag haperen. Scanners die de verbinding kwijtraken kosten je direct doorlooptijd.
In een warehouse hangt vrijwel alles aan het netwerk: handscanners, voice picking, vorkheftruckterminalen, printers bij de inpakstations, camera’s op de kuilen en de toegang bij de poort. Valt daar iets van weg, dan staat er meteen iemand stil, en in een magazijn is stilstand duur.
Tegelijk is het technisch de moeilijkste omgeving die er is. Stalen stellingen die tot zes meter hoog vol staan, metalen dakplaten, betonnen vloeren, soms vriescellen. Alles wat signaal absorbeert of reflecteert staat er, en het staat er ook nog eens elke week anders.
Waarom een vuistregel hier niet werkt
Een lege hal haalt zo’n 120 m² per accesspoint. Zodra de stellingen vol staan zak je naar 65 m², hetzelfde als op kantoor, en ook dan is het getal maar een begin. Wij meten daarom door in de werkelijke situatie: met de stellingen vol, de deuren dicht en de machines aan. Bij seizoensdrukte liefst op het volste moment, want een meting in een half leeg magazijn is een meting van een ander gebouw.
Wat er daarna meestal uit komt: meer punten met minder vermogen, laag tussen de gangpaden in plaats van hoog aan het dak, met genoeg overlap zodat een scanner naadloos overloopt.

Wat er in een warehouse speelt
Scanners en roaming
Handscanners lopen de hele dag van punt naar punt. Dat vraagt om overlap en de juiste instellingen, niet om meer zendvermogen, te veel vermogen laat een scanner juist hangen aan een punt dat hij had moeten loslaten.
Kabeltracés over lengte
Een hal van honderd meter lang loopt zo tegen de grens van koperbekabeling aan. Vaak wordt het een tweede verdeelpunt met glasvezel ertussen.
Camera’s op laadkuilen
Waar goederen in en uit gaan wil je meer dan overzicht: je wil kunnen zien wat er in welke pallet ging. Dat bepaalt de positie en het type camera.
Terrein en poort
Slagboom, kentekenherkenning en camera’s bij de inrit, in hetzelfde kabeltracé als de rest zodat er één keer gegraven hoeft te worden.
Toegang per zone
Chauffeurs bij de kuil, magazijnpersoneel in de hal, kantoor apart. Rechten per groep en per tijdvak.
Verlichting en noodverlichting
Ledverlichting tussen de stellingen waar het lichtniveau op de vloer telt, plus vluchtwegaanduiding die klopt met de actuele indeling.
“In een magazijn meten we het liefst op de drukste dag van het jaar. Meet je in de rustige week, dan meet je een gebouw dat niet bestaat.”Ravi Debipersad, stuurt het technische werk aan bij CS Installatie.nl
Hoe het netwerk in een warehouse is opgebouwd
In een hal van enige omvang kom je niet uit met één kast. Een koperen netwerkkabel mag van kast tot aansluiting hooguit 90 meter zijn, en die afstand is in een distributiecentrum snel op. Zo bouwen we het daarom meestal op:
- Technische ruimte. Internetaansluiting, firewall en de centrale switch, liefst aan de kantoorkant waar het droog en stofvrij is.
- Glasvezel naar de zones. Vanuit de centrale switch gaat glasvezel naar een verdeelpunt per zone: het kantoor, de hal, de docks.
- Koper naar de apparaten. Vanuit elk verdeelpunt lopen netwerkkabels naar de wifi-zenders boven de gangpaden, de printers bij de inpakstations, de camera’s op de kuilen en de lezers bij de deuren.
- Het terrein. Slagboom, poort en camera’s op masten krijgen een buis vanaf het dichtstbijzijnde verdeelpunt. Eén keer graven, met ruimte voor later.
Ga je een bestaande hal ombouwen of uitbreiden, reken dan eerst door hoeveel zenders, lijnen en kasten er nodig zijn met de rekenhulp bij het verbouwen van een bedrijfspand.
De volgorde die het meeste scheelt
Bij nieuwbouw of een casco hal is de winst het grootst als wij vóór de stellingen meelopen. De bekabeling en de kabelgoten liggen dan in een dag, en je kunt de accesspoints later nog verschuiven omdat de kabel er ruimer ligt dan het aantal punten dat je nu plaatst.
Bij een bestaand magazijn beginnen we andersom: eerst meten wat er nu gebeurt en waar het misgaat, daarna pas bepalen wat erbij moet. In de praktijk blijkt regelmatig dat de bestaande apparatuur prima is en het probleem in de plaatsing en de instellingen zit.
Alles bij één partij
In een warehouse lopen de systemen door elkaar heen: de camera bij de kuil hangt aan dezelfde switch als het accesspoint boven het gangpad, en die switch hangt aan een groep in de kast. Wij doen alle drie de lagen, dus bij een storing hoeft niemand naar een ander te wijzen.

Wifi tussen de stellingen, scanners die blijven werken.
We meten met de hal in bedrijf en hangen de punten waar de heftruck rijdt.
Vragen vanuit logistiek en warehousing
Onze scanners verliezen de verbinding tussen de stellingen. Wat doen jullie daaraan?
We meten eerst de werkelijke dekking in de volle situatie. Meestal blijkt er te weinig punten te hangen, of hangen ze te hoog. De oplossing is bijna altijd meer punten met minder vermogen, laag tussen de gangpaden, met roaming goed ingesteld.
Kunnen jullie werken terwijl het magazijn draait?
Ja. We plannen per gangpad of per zone en werken waar nodig buiten de piektijden. Bij hoogwerkwerk stemmen we af wanneer er geen heftrucks in dat pad rijden.
Hoeveel camera’s heb je nodig in een hal?
Dat volgt uit wat je wil kunnen zien. Voor overzicht heb je er weinig nodig; wil je bij de laadkuilen kunnen zien wat er in een pallet ging, dan is dat een gerichte camera per kuil. We lopen dat bij de schouw per plek langs.
Doen jullie ook de laadpalen en de elektra?
Ja. Groepenkast uitbreiden, voeding naar machines en laadpunten, verlichting en noodverlichting. Als er fors bij komt, kijken we ook naar de aansluitwaarde, dat is een traject met de netbeheerder en kost vooral tijd.