Patchpanelen in een open rack, met gele glasvezel en oranje datakabels.
Kennisbank

Welke soorten UTP-kabel zijn er en wat is het verschil?

UTP staat voor unshielded twisted pair: vier getwiste aderparen zonder afscherming. In de praktijk zeggen mensen UTP tegen alles wat op netwerkkabel lijkt, ook als er wél folie in zit. De verschillen zitten in vier dingen: de afscherming (U/UTP, F/UTP, U/FTP, S/FTP), de aderopbouw (massief of soepel), de categorie (Cat5e tot en met Cat8) en de aderdikte in AWG. Daarnaast heeft elke kabel die vast in een pand ligt een brandklasse.

Waar de naam vandaan komt

In de kabel zitten acht koperdraden, per twee in elkaar gedraaid tot vier paren. Dat draaien is het hele principe: beide aders van een paar vangen dezelfde storing op, en aan het einde wordt alleen het verschil tussen die twee uitgelezen. Wat op allebei even hard binnenkwam valt weg. Elk paar heeft een eigen slaglengte, zodat de paren onderling minder in elkaars signaal lekken.

Unshielded slaat op het ontbreken van afscherming, maar ook een afgeschermde kabel heet bij de meeste mensen gewoon UTP. De formele aanduiding volgens ISO/IEC 11801 is X/Y-TP. De eerste letter zegt wat er onder de mantel om álle paren heen zit, de tweede wat er om elk paar afzonderlijk zit. U betekent niets, F betekent folie, S betekent een gevlochten scherm.

AanduidingWat erin zit
U/UTPGeen afscherming. Dit is wat vrijwel iedereen bedoelt met UTP.
F/UTPFolie om alle paren samen, paren zelf onafgeschermd. Weert storing van buitenaf.
U/FTPElk paar apart in folie, geen scherm om het geheel. Tegen overspraak tussen de paren onderling.
S/FTPGevlochten scherm om het geheel én folie om elk paar. De zwaarste uitvoering, en de stijfste.
SF/UTPVlechtwerk plus folie om het geheel, paren onafgeschermd. Vooral in oudere installaties.
Opgetilde vloertegels in een kantoor, met de datakabel die eronder wordt gelegd.
Wat in de vloer of het plafond verdwijnt, ligt er voor jaren. Daar kies je de kabel op uit.
Afscherming

Wanneer folie helpt, en wanneer die averechts werkt

Afscherming is zinvol waar de omgeving lawaaiig is: een traject dat lang naast krachtstroom loopt, een hal met frequentieregelaars of lasapparatuur, een route langs een liftschacht. Ook bij Cat6A met veel kabels dicht op elkaar helpt het tegen overspraak tussen de kabels onderling.

Waar het misgaat is de aarding. Een scherm dat nergens contact maakt is geen schild maar een antenne: het vangt van alles op en kan het nergens kwijt. Dan ben je slechter af dan met gewone U/UTP. Het tweede probleem ontstaat bij aarden aan beide kanten terwijl er verschil in aardpotentiaal zit tussen twee gebouwdelen: dan loopt er een vereffeningsstroom door het scherm, langs je datalijn.

Afscherming werkt alleen als de hele keten meedoet: kabel, connector, patchpaneel, patchkabel en kast, allemaal afgeschermd en op de potentiaalvereffening. Eén onafgeschermd patchpaneel halverwege en de rest van de investering doet niets meer. Ons uitgangspunt: in een normaal kantoor U/UTP, en afscherming waar de omgeving erom vraagt én de aarding op orde te krijgen is.

Aderopbouw

Massief of soepel: twee kabels voor twee taken

Een massieve ader is één stuk koper, meestal 23 of 24 AWG. Die kabel hoort in het vaste deel, van het patchpaneel naar de wandcontactdoos. Massief heeft minder demping en wordt vastgezet in een IDC-contact, waarbij twee messen door de isolatie in het koper snijden; dat contact is ontworpen voor precies één massieve draad. Soepele kabel, ook litze genoemd, heeft per ader een bundeltje dunne draadjes, is buigzaam en houdt het uit als er dagelijks aan wordt getrokken. Dat is wat een patchkabel te verduren krijgt.

Een patchkabel in de muur leggen is om drie redenen fout. De demping ligt twintig tot vijftig procent hoger dan bij massief, dus je verspeelt lengtebudget. Litze laat zich niet betrouwbaar in een IDC-contact zetten. En de mantel is niet gemaakt om jarenlang met beugels in een goot te liggen.

Andersom net zo. Een massieve ader breekt bij herhaald buigen, meestal vlak achter de stekker, en dat merk je pas maanden later. De contacten in een RJ45-stekker voor litze prikken bovendien anders door het koper dan die voor massief: de verkeerde stekker geeft een verbinding die het eerst doet en daarna af en toe wegvalt. Zulke storingen kosten meer tijd om te vinden dan de kabel waard is.

Categorieën

Van Cat5e tot Cat8, met snelheid en afstand

CategorieBandbreedteSnelheid en afstandWaar die thuishoort
Cat5e100 MHz1 Gbit/s tot 100 m, 2,5 Gbit/s tot 100 mLigt in veel bestaande panden en doet het daar prima. Wordt zelden nog nieuw gelegd.
Cat6250 MHz1 Gbit/s tot 100 m, 5 Gbit/s tot 100 m, 10 Gbit/s tot ongeveer 37 à 55 mDe brede middenmoot: werkplekken, camera’s en de meeste accesspoints.
Cat6A500 MHz10 Gbit/s tot 100 mDe keuze voor nieuw werk, zeker naar accesspoints en zware PoE.
Cat7 en Cat7A600 en 1000 MHz10 Gbit/s tot 100 mISO-kabelklasse met eigen connectoren. In een gewoon bedrijfspand zelden de juiste keuze.
Cat82000 MHz25 en 40 Gbit/s tot 30 mKorte verbindingen binnen een datacenterrek, niet door een gebouw.

Waarom Cat7 en Cat8 zelden het antwoord zijn

Cat7 heeft op papier meer bandbreedte dan Cat6A, maar geen ethernetstandaard doet daar iets mee over honderd meter koper. Belangrijker: Cat7 is genormeerd met eigen connectoren, niet met de RJ45-stekker die in al je apparatuur zit. In de praktijk eindigt Cat7-kabel dus op Cat6A-componenten, en houd je een Cat6A-verbinding over waarvoor je een duurdere en stuggere kabel betaalde.

Cat8 is gemaakt voor de paar meter tussen apparatuur in hetzelfde rek en houdt op bij dertig meter. Wil je meer dan 10 Gbit/s over grotere afstand, dan is de route glasvezel. Twijfel je tussen de twee categorieën die er echt toe doen, lees dan Cat6 of Cat6A; dat artikel gaat alleen over die keuze.

AWG: aderdikte, lengte en PoE

AWG telt achterstevoren: hoe lager het getal, hoe dikker de ader. 23 AWG is dikker dan 24 AWG, en 28 AWG is dun. Vaste bekabeling is doorgaans 23 of 24 AWG, patchkabels vaak 26 of 28 AWG, want dun houdt een volle kast beheersbaar.

Dunner koper betekent meer weerstand, dus meer demping, dus een kortere haalbare lengte. Werk je met dunne patchkabels, dan moet het hele kanaal korter blijven; de norm rekent daarvoor met een aftrek.

Bij PoE komt warmte erbij. Een poort levert tegenwoordig tot 90 W, en dat vermogen gaat door hetzelfde koper als het signaal. Weerstand wordt warmte, en in een dichte bundel loopt de kern tientallen graden warmer op dan de ruimte. Warm koper heeft weer meer weerstand: boven 20 °C stijgt de demping met ruwweg 0,2 procent per graad bij afgeschermde en 0,4 procent per graad bij onafgeschermde kabel. Daarom leggen we bij veel PoE liever 23 AWG en houden we bundels beperkt. Hoe je het benodigde vermogen optelt staat in PoE-budget berekenen.

Meetapparaat toont een geslaagde permanent-linkmeting van een netwerkaansluiting.
Of de gekozen kabel het ook echt haalt, blijkt pas bij het doormeten van elke aansluiting.
Uit de praktijk

Zes dingen die een aansluiting slopen

Te lang getrokken

Het vaste deel mag 90 meter zijn, plus maximaal 10 meter patchkabel aan beide uiteinden samen. Die 90 meter is kabellengte, geen afstand op de plattegrond.

De verkeerde aderopbouw

Soepele kabel als vaste bekabeling, of massief met een gekrompen stekker achter een bureau. Beide werken bij oplevering en beide gaan een keer haperen.

Te ver ontdraaid

Bij het afmonteren moeten de paren zo kort mogelijk uit elkaar. Bij Cat5e wordt 13 mm aangehouden, bij Cat6 en hoger minder. Een centimeter extra kost overspraakmarge.

Te scherp gebogen of te hard getrokken

De buigradius blijft minimaal vier keer de kabeldiameter, tijdens het trekken acht keer, en de trekkracht op een vierparige kabel onder ongeveer 110 N.

Categorieën door elkaar

Cat6A-kabel op een Cat5e-patchpaneel levert een Cat5e-verbinding op. Kabel, keystone, patchpaneel en patchkabel horen bij elkaar te passen.

Krachtstroom en losse schermen

Datakabel die meters parallel meeloopt met een krachtvoeding vangt storing op: houd afstand of kruis haaks. En laat een scherm nooit los hangen.

Lengte

De 90-meterregel, en waarom net te lang later stukgaat

Het vaste deel tussen patchpaneel en wandcontactdoos heet de permanent link en is maximaal 90 meter. Daar mag 10 meter aan patchkabels bij, aan beide kanten samen, wat uitkomt op een kanaal van 100 meter. Zo staat het in ISO/IEC 11801 en TIA-568.

Die 90 meter wordt over de route gemeten, niet over de plattegrond. De kabel gaat omhoog naar het plafond, om installaties heen, weer omlaag door een wand, en in de kast blijft een lus over. De gemeten lengte ligt daardoor makkelijk dertig tot veertig procent boven de afstand op tekening.

Een link die net over de grens gaat werkt vaak gewoon. Vandaag, op 1 Gbit/s, bij twintig graden in het plafond. Er zit alleen geen marge meer in. Ga je later naar 10 Gbit/s, of wordt het plafond warmer door PoE-apparatuur, dan zakt de verbinding door de norm. Wat je dan ziet is geen dode poort maar een trage: hertransmissies, een poort die terugvalt naar 100 Mbit/s, klachten die niemand kan reproduceren. Daarom meten we elke aansluiting door en leggen we de waarden vast; zie bekabeling certificeren en wat er in een meetrapport staat.

“Bij een storing kijk ik eerst naar wat er op de mantel gedrukt staat en naar de meteraanduiding aan allebei de uiteinden. Negen van de tien keer vertelt de kabel zelf al waar het is misgegaan, nog voordat de meter eraan hangt.”

Ravi Debipersad, CS Installatie
Aflezen

Wat er op de mantel staat

Op elke fatsoenlijke datakabel staat de hele specificatie gedrukt, om de meter herhaald. Zoiets als dit:

MERK   U/UTP Cat6A 4x2xAWG23/1   LSZH   Eca   DoP 12345   ISO/IEC 11801   0247 m

Van links naar rechts: de fabrikant, de opbouw en de categorie, dan vier paren van twee aders van 23 AWG waarbij de /1 aangeeft dat het massief koper is (bij litze staat daar het aantal draadjes). LSZH slaat op het mantelmateriaal, Eca is de brandklasse volgens de CPR, het DoP-nummer verwijst naar de prestatieverklaring, en daarna volgen de normen waaraan de kabel voldoet.

Het getal aan het eind is de meteraanduiding en die loopt door over de hele rol. Lees je aan beide uiteinden van een traject het getal af en trek je ze van elkaar af, dan weet je hoeveel kabel erin zit, ook als het door drie plafonds loopt. Handig bij storingzoeken, en om te controleren of je binnen die 90 meter blijft.

Staat er niets op de mantel, dan weet je ook iets: geen categorie, geen brandklasse, geen herkomst. Bij het overnemen van een pand is dat vaak het eerste signaal dat de bekabeling een keer goed bekeken moet worden. Zie ook oude bekabeling vervangen en databekabeling en glasvezel.

Wat betekenen de kleuren in een UTP-kabel?

In de kabel zitten vier paren: oranje, groen, blauw en bruin. Elk paar heeft een gekleurde ader en een ader die wit is met een streepje in diezelfde kleur. Die paren zijn om elkaar heen gedraaid, en juist dat draaien houdt de storing buiten. Daarom haal je de twist ook pas los op het laatste stukje bij de aansluiting.

Voor de volgorde waarin je ze aansluit bestaan twee schema’s: T568A en T568B. Het enige verschil is de plek van twee paren. Bij T568A zitten de groene aders op pin 1 en 2 en de oranje op pin 3 en 6. Bij T568B is dat precies andersom. De andere aders zitten in allebei de schema’s op dezelfde pinnen.

Welke je kiest maakt voor de snelheid niets uit. Wat wel uitmaakt: kies er één en houd die vast in het hele pand, aan beide kanten van elke kabel. In Nederland zie je T568B het meest. Zet je aan de ene kant A en aan de andere kant B, dan heb je een gekruiste kabel gemaakt, en dat is zelden wat je wilde.

Labelen: het goedkoopste wat je kunt doen

Een kabel zonder label is een kabel die iemand later moet uitzoeken, en dat kost altijd meer dan het plakken van dat label. Wij houden het simpel: de wandcontactdoos, de poort op het patchpaneel en de regel in de lijst krijgen hetzelfde nummer. Dus wat op kamer 12 uit de muur komt, zit op poort 12 in de kast.

Label aan beide uiteinden, vóórdat de kabel de goot of het plafond in gaat. Achteraf labelen gebeurt niet meer, en dan zoek je bij de eerste storing een uur naar iets wat je in twee minuten had kunnen vastleggen.

Bron: Fluke Networks, verschil tussen T568A en T568B. Nagekeken op 16 september 2026.

Moet een patchkabel afgeschermd zijn?

In een gewoon kantoor niet. Een onafgeschermde patchkabel voldoet prima, en hij is soepeler en makkelijker te leggen. Afscherming heeft alleen zin als de hele keten is afgeschermd en goed is doorverbonden met aarde: kabel, keystone, patchpaneel en patchkabel. Gebruik je een afgeschermde patchkabel op een onafgeschermde installatie, dan levert dat niets op.

Waar afscherming wél helpt, is in een omgeving met veel elektrische storing: langs zware machines, in een technische ruimte of waar de kabel een lang stuk naast krachtstroom loopt. Daar kies je een afgeschermde kabel vóór de aanleg, en dan sluit je de keten ook echt overal aan.

Veelgestelde vragen

Nog een paar vragen hierover

Wat betekent de U in U/UTP precies?

De eerste letter zegt of er onder de mantel een scherm om alle paren samen zit, de tweede of elk paar afzonderlijk is afgeschermd. U betekent geen afscherming, F betekent folie en S betekent een gevlochten scherm. U/UTP heeft dus nergens afscherming, S/FTP overal.

Heb ik afgeschermde kabel nodig in een kantoor?

Meestal niet. In een normale kantooromgeving doet U/UTP het goed, mits de kabel netjes wordt gelegd en op afstand blijft van krachtstroom. Afscherming is de moeite in industriële omgevingen en langs machines, en alleen als de aarding en de vereffening in de hele keten kloppen.

Wat is het verschil tussen massieve en soepele kabel?

Massieve kabel heeft één koperdraad per ader en is bedoeld voor het vaste deel in wand, vloer en plafond. Soepele kabel, ook litze genoemd, heeft per ader een bundel dunne draadjes en is bedoeld voor patchkabels die regelmatig bewegen. Soepele kabel heeft twintig tot vijftig procent meer demping.

Mag ik een patchkabel door de muur trekken?

Beter van niet. Een patchkabel heeft meer demping, laat zich niet betrouwbaar in een IDC-contact zetten en de mantel is niet gemaakt voor vaste montage. Bovendien valt zo’n verbinding niet als permanent link te certificeren. Gebruik voor het vaste deel massieve kabel met een keystone of patchpaneel aan beide kanten.

Is Cat7 beter dan Cat6A?

Op papier heeft Cat7 meer bandbreedte, maar er is geen ethernetstandaard die dat over honderd meter koper benut. Cat7 is bovendien genormeerd met eigen connectoren en niet met RJ45, dus in de praktijk eindigt de kabel op Cat6A-componenten en houd je een Cat6A-verbinding over. Voor een bedrijfspand is Cat6A vrijwel altijd de verstandiger keuze.

Hoe lang mag een netwerkkabel zijn?

Het vaste deel tussen patchpaneel en wandcontactdoos mag 90 meter zijn. Daar komt maximaal 10 meter aan patchkabels bij, aan beide uiteinden samen, wat uitkomt op een kanaal van 100 meter. Die 90 meter geldt over de werkelijke kabelroute, inclusief het stuk omhoog, omlaag en de lus in de kast.

Welke categorie kies ik voor nieuwe bekabeling?

Voor nieuw werk komen we meestal uit op Cat6A, zeker naar accesspoints, camera’s en apparatuur met veel PoE-vermogen. De kabel ligt er twintig jaar in en het verschil zit vooral in het materiaal, niet in het trekken. Voor de afweging tussen Cat6 en Cat6A hebben we een apart artikel.

Moet nieuwe kabel een brandklasse hebben?

Ja. Kabel die vast in een bouwwerk wordt aangebracht valt sinds 1 juli 2017 onder de Europese verordening bouwproducten en moet een Euroklasse hebben, met een prestatieverklaring en CE-markering. Welke klasse er in jouw pand hoort bepaal je aan de hand van NEN 8012.

Contact

Vraag een schouw aan

Vertel kort om wat voor pand of woning het gaat en wat er nu misgaat. Een adviseur belt terug om een moment af te spreken, meestal dezelfde werkdag.

  • VCA-gecertificeerd
  • VEB-erkend beveiligingsbedrijf
  • Eigen monteurs in vaste dienst
  • Meetrapport bij oplevering
  • Bedrijf van het jaar 2024/2025

Je gegevens gaan alleen naar onze eigen adviseurs. Liever meteen bellen? 036 5298 447.

Liever zelf een moment kiezen?

Open onze agenda en prik direct een tijd voor het adviesgesprek. Je krijgt de bevestiging per mail.

BezoekVerfmolenstraat 4
1333 AV Almere
Telefoon036 5298 447
WhatsApp085 210 1111
OpenMa t/m vr 08:30–17:00
Za en zo gesloten
ShowroomWelkom om het in het echt te zien en te bedienen
Bellen WhatsApp Schouw aanvragen