Twee beveiligingscamera’s op een stalen kolom in een grote bedrijfshal met ledverlichting in het dak.
Voor industrie

Techniek voor industrie en productie

In een productiehal is elk uur stilstand meetbaar. Daarom kijken we niet alleen naar wat er moet komen te hangen, maar vooral naar wanneer we het erin krijgen zonder dat de lijn eruit gaat.

Techniek in een productieomgeving wordt zwaarder belast dan techniek in een kantoor, en op andere manieren. Er staat stof in de lucht, er trillen machines, de temperatuur onder het dak loopt in de zomer flink op en er rijden heftrucks langs plekken waar bekabeling hangt. Apparatuur die op een kantoorvloer tien jaar meegaat, kan in een hal binnen twee jaar op zijn.

Tegelijk is de installatie er belangrijker geworden. Machines hangen aan het netwerk, leveranciers willen op afstand meekijken, de orderpicking loopt via scanners op wifi en de kwaliteitscontrole legt beelden vast. Het netwerk is daarmee onderdeel van het productieproces geworden, en dat vraagt om een andere indeling dan een kantoornetwerk waar een storing hooguit betekent dat een mail later verstuurd wordt.

Wij werken voor productiebedrijven, metaalbewerkers, voedingsmiddelenbedrijven en assemblagebedrijven in Flevoland en het Gooi. Netwerk en wifi, krachtstroom en verdeelinrichtingen, hal- en werkplekverlichting, camerabewaking en toegangscontrole, van dezelfde partij en met dezelfde tekeningen.

Wifi-accesspoint in een fabriekshal met magazijnstellingen.
Een accesspoint in een hal hangt anders, richt anders en dekt anders af dan op kantoor.
Wat er speelt

Waarin een hal verschilt van een kantoor

Machines horen niet bij de werkplekken

Een besturing die aan hetzelfde netwerk hangt als de laptops op kantoor is een risico dat je niet hoeft te nemen. Productie en kantoor scheiden is de eerste stap, en dat kan gewoon op dezelfde bekabeling.

Metaal kaatst het signaal alle kanten op

Stellingen, roldeuren, machinekasten en een stalen dak maken van een hal een reflecterende ruimte. Een accesspoint dat op papier de hele hal dekt, geeft in de praktijk een wisselend beeld op de scanner.

Stof, trilling en temperatuur

Onder een dak zonder isolatie loopt het in de zomer makkelijk boven de 40 graden op. Stof kruipt in ventilatoren en connectoren. Trillingen laten schroefverbindingen los werken. Dat vraagt om andere behuizingen en om onderhoud dat je inplant.

Zware voedingen en startstromen

Machines met een grote aanloopstroom trekken bij het starten veel meer dan hun nominale waarde. Als dat samenvalt met andere apparatuur, zit je aan de bovenkant van je aansluiting terwijl de gemiddelde belasting laag lijkt.

Licht op de werkplek, niet gemiddeld over de hal

Het aantal lux op het werkvlak bepaalt of iemand een lasnaad of een barcode goed ziet. Een mooie gemiddelde waarde over de vloer zegt daar niets over.

Stilstand kost direct geld

Bij een kantoor kan een storing tot morgen wachten. Bij een lijn die draait is een uur uitval een factuur. Dat verandert hoe je plant, hoe je reserveonderdelen kiest en hoeveel dubbel je uitvoert.

Machines en kantoor uit elkaar houden

Een productiemachine wordt vaak geleverd met een eigen industriële pc erbij, en de leverancier wil daar op afstand op kunnen. Zet je die zomaar in hetzelfde netwerk als de werkplekken, dan heeft iedere laptop op kantoor er ook toegang toe en heeft die machine tegelijk vrij zicht op je administratie. Bovendien draaien besturingen vaak op oudere software die je niet zomaar mag bijwerken, omdat de garantie of de certificering van de machine eraan hangt.

Wat wij doen is de installatie opdelen in segmenten op dezelfde fysieke bekabeling: kantoor, productie, camera’s, gebouwbeheer en gasten elk apart, met een firewall die bepaalt welk verkeer tussen die segmenten mag. De leverancier van een machine krijgt toegang tot precies die machine, en niet tot de rest. Wil een productielijn continu door, dan voeren we de verbinding tussen de hal en de technische ruimte dubbel uit over twee verschillende routes, zodat een kabel die geraakt wordt niet meteen de hele hal offline zet.

Camerabeeld zetten we standaard op een eigen segment. Dat scheelt niet alleen belasting op het overige netwerk, het voorkomt ook dat recorders vanaf willekeurige werkplekken bereikbaar zijn. De redenering daarachter staat in camera’s op een eigen netwerk.

Geopende 19-inch patchkast met patchpaneel, PoE-switch en twee netwerkvideorecorders.
In een hal staat de kast bij voorkeur stofdicht en koel, en bereikbaar zonder door de productie te lopen.

Wifi in een hal vol staal

Scanners die halverwege een gangpad hun verbinding verliezen, een tablet op de heftruck die opnieuw moet inloggen bij elke bocht: dat is het klassieke beeld. De oorzaak is meestal een combinatie van reflectie en verkeerde plaatsing. Metaal weerkaatst het signaal, waardoor een apparaat hetzelfde bericht meerdere keren en op verschillende momenten binnenkrijgt. En stellingen die vol staan dempen anders dan stellingen die leeg zijn, dus een hal die in januari goed werkte kan in het hoogseizoen klachten geven.

Wij hangen accesspoints in een hal daarom niet zo hoog mogelijk maar zo laag als praktisch kan, vaak in de kabelgoot boven het gangpad of aan de kolommen, met antennes die naar beneden stralen in plaats van rondom. Zo blijft het signaal in het gangpad waar het nodig is en verdwijnt het niet in het dak. Bij scannerwerk sturen we aan op een strakke overdracht tussen accesspoints, zodat een apparaat op tijd overspringt in plaats van te blijven hangen aan een accesspoint dat het nét nog hoort. We meten dat na met de apparatuur die er ook echt gebruikt wordt, want een telefoon en een handscanner gedragen zich verschillend.

Buiten hoort er meestal ook dekking te zijn: op de laad- en loskade, bij de containers, op het terrein waar getruckt wordt. Daar gebruiken we buitenaccesspoints met een behuizing die tegen regen en vorst kan. Meer over dit soort situaties staat in wifi valt weg in de loods en op wifi optimaliseren.

Bekabeling die tegen een hal kan

De regel van maximaal 90 meter vaste bekabeling tussen verdeelpunt en aansluitpunt geldt in een hal net zo goed, en die is daar sneller bereikt dan mensen denken omdat je nooit in rechte lijn kunt trekken. Bij grotere afstanden of tussen losse gebouwen leggen we glasvezel. Dat lost meteen een tweede probleem op: glas geleidt geen stroom, dus je hebt geen last van aardpotentiaalverschillen tussen twee gebouwen met een eigen aarding.

Langs frequentieregelaars, lasapparatuur en zware motoren gebruiken we afgeschermde bekabeling en houden we afstand van de krachtstroom. Waar een kabel binnen een halve meter van een voedingskabel loopt, wordt er gescheiden gegoot. In hallen kiezen we voor stalen goten in plaats van kunststof, en bij spoelruimtes of ruimtes waar met water gewerkt wordt voor materiaal dat daar tegen kan. Elke aansluiting wordt doorgemeten en je krijgt de rapporten mee. Wat daarin staat leggen we uit op het meetrapport van je bekabeling.

Krachtstroom, verdeling en verlichting

Machines vragen om driefase voedingen, vaste aansluitingen en krachtstroomdozen op de plek waar gewerkt wordt. In een hal waar de indeling regelmatig verandert, werken we met een onderverdeler in de hal zelf en een railsysteem of vaste punten langs de kolommen, zodat het verplaatsen van een machine geen nieuwe kabel vanuit de meterkast betekent. Loopt je bestaande verdeling tegen zijn grenzen aan, kijk dan ook naar het vervangen of uitbreiden van de groepenkast en naar wat er dan bij de netbeheerder aangevraagd moet worden.

Verlichting in een productiehal beoordelen we op het werkvlak. Voor algemene hal- en magazijnruimte is ongeveer 200 tot 300 lux gebruikelijk, voor montage, controle en inspectie eerder 500 lux of meer, en bij fijn werk gaat dat verder omhoog. Even belangrijk als het aantal lux is de gelijkmatigheid: een hal met felle plekken onder de armaturen en donkere stukken ertussen werkt slechter dan een hal met een lager maar gelijkmatig niveau. Bij stellingen kijken we naar het licht in het gangpad en niet naar de vloer ernaast, want daar wordt gewerkt.

Led in combinatie met aanwezigheidsdetectie per gangpad scheelt in een magazijn dat maar een deel van de dag bezet is aanzienlijk in verbruik. Let daarbij wel op de schakelmomenten: verlichting die tien keer per uur aan en uit gaat, kost levensduur. Meer daarover op ledverlichting in de bedrijfshal.

Buiten-accesspoint aan de gevel naast een overheaddeur, voor dekking op het terrein.
Bij de overheaddeur begint het buitengebied, en daar houdt de dekking binnen meestal op.

Camera’s op de plekken waar het misgaat

In productie en logistiek gaat camerabewaking bijna nooit over inbraak alleen. Het gaat over de laadkuil waar een pallet verdwijnt of beschadigd raakt, over schade aan een dockdeur waarvan achteraf niemand het weet, over het buitenterrein waar ’s nachts iets op een aanhanger gaat. Beeld op die plekken lost discussies op, met de chauffeur en met de verzekeraar.

Bij een dockdeur heb je te maken met sterk tegenlicht: buiten fel, binnen donker. Daar kies je camera’s die dat verschil aankunnen, anders zie je alleen een silhouet. Op het buitenterrein telt vooral of je op afstand nog iets herkent, en dat is een kwestie van het aantal pixels per meter op de plek die je wil zien, niet van de resolutie op de doos. Bij een poort of slagboom is kentekenherkenning vaak praktischer dan een camera die alleen beeld maakt, omdat je daarmee vrachtwagens automatisch kunt binnenlaten. Hoe dat werkt staat in kentekenherkenning bij de poort, en het bredere verhaal op camerabewaking.

Toegang tussen kantoor en productie

De deur tussen het kantoordeel en de hal is meestal het punt waar het misgaat: hij staat open omdat het makkelijk is. Met een toegangssysteem regel je wie waar mag komen, houd je bezoekers uit ruimtes waar ze zonder instructie niets te zoeken hebben, en kun je bij een ontruiming zien wie er nog binnen is. Voor chauffeurs werkt een intercomzuil bij de inrit prettiger dan een bel bij de receptie, want dan hoeft er niemand naar buiten. Zie toegangscontrole en intercom.

“Op een terrein vraag ik altijd eerst waar de heftrucks rijden. Daar hangt na een jaar de helft van de schade, en dat kun je bij de aanleg gewoon voor zijn.”
John van den Bosch, CS Installatie

De terreinen waar we dit doen

Het meeste van dit werk speelt zich af op een handvol bedrijventerreinen in de regio. Op De Vaart I, II en III in Almere zit veel maakindustrie, recycling en zwaardere bedrijvigheid, met panden uit heel verschillende bouwjaren en dus installaties die sterk in kwaliteit uiteenlopen. Stichtsekant, aan de zuidkant van Almere langs de A27, is nieuwer en grootschaliger: ruime kavels, hoge hallen en panden waarin de techniek vaak nog moet worden ingevuld nadat de casco is opgeleverd.

Op Buitenvaart bij Dronten zitten veel bedrijven uit de agrarische keten en de voedingsmiddelensector, waar je te maken krijgt met spoelruimtes, koeling en hygiëne-eisen die de keuze van kabelgoten en behuizingen bepalen. En op Flevokust Haven bij Lelystad gaat het om overslag en buitenopslag, met terreinen waar je vooral buiten dekking en beeld nodig hebt en waar de afstanden zo groot zijn dat glasvezel tussen de gebouwen eerder regel dan uitzondering is.

Werk je vooral met opslag en distributie, dan sluit logistiek en warehouse waarschijnlijk beter aan bij wat je zoekt. Veel bedrijven zitten er tussenin, met een productiedeel en een expeditiedeel in hetzelfde pand, en dan pakken we het gewoon in één keer samen op.

Werken terwijl de productie doorloopt

Dit is in de praktijk het lastigste deel, en het deel dat vooraf de meeste aandacht verdient. Wat wij normaal gesproken doen: het werk opknippen in blokken die per keer een beperkt gebied raken, kabels trekken tijdens productie en pas aansluiten op een moment dat de lijn stilstaat, en de echt ingrijpende omzettingen in een geplande stop of in de vakantiestop leggen. Voor werk op hoogte boven een lijn is de machine sowieso uit, dus dat combineren we met onderhoudsmomenten die er toch al zijn.

We werken met eigen monteurs in vaste dienst en zijn VCA-gecertificeerd, dus werkvergunningen, LMRA en de huisregels van je terrein zijn bekend terrein. Voor storingen daarna kun je terecht bij onderhoud en storingsdienst.

Waar de kosten vandaan komen

Bedragen staan niet op deze site, want in de industrie lopen twee vergelijkbare hallen makkelijk ver uiteen. Dit zijn de factoren die het bepalen:

De hoogte en de indeling van de hal

Alles boven de zes meter betekent werken met een hoogwerker of schaarlift, en dat verandert het aantal uren per meter kabel behoorlijk. Volle stellingen maken het nog lastiger.

Het aantal aansluitpunten en accesspoints

Volgt uit wat er aan het netwerk moet en uit hoe de hal is ingedeeld. Bij scannerwerk in gangpaden liggen de aantallen hoger dan bij een lege opslaghal.

De zwaarte van de elektrotechniek

Een onderverdeler in de hal, krachtstroompunten langs de kolommen en de voedingen naar de machines vormen vaak een groter deel van het werk dan de datakant.

Omstandigheden

Stof, vocht, spoelruimtes of een explosiegevaarlijke zone vragen om ander materiaal en om een andere manier van monteren. Dat zie je terug in de materiaalpost.

Wanneer het uitgevoerd wordt

Werken tijdens een geplande stop of in het weekend kost meer uren, maar meestal minder dan de stilstand die je ermee voorkomt. Dat is een afweging die je zelf het beste kunt maken.

Wat er al ligt

Bruikbare kabelgoten en een verdeelpunt op een handige plek schelen veel. Een installatie die in de loop der jaren is bijgeprikt zonder documentatie, kost eerst tijd aan uitzoeken.

Na een schouw op locatie, waarbij we met je door de hal lopen en de plattegrond erbij pakken, kunnen we een gerichte opgave maken met de posten los benoemd.

Veelgestelde vragen

Vragen vanuit productie en industrie

Kunnen machines en kantoor op hetzelfde netwerk?

Op dezelfde bekabeling wel, in hetzelfde netwerksegment liever niet. Besturingen draaien vaak op software die je niet zomaar mag bijwerken, en een machine die vanaf elke laptop bereikbaar is vergroot je risico onnodig. We splitsen het logisch op met een firewall ertussen, zodat alleen het verkeer dat nodig is de grens over gaat.

Waarom verliezen onze scanners verbinding in de gangpaden?

Meestal door reflectie tegen stellingen en staal, gecombineerd met accesspoints die te hoog hangen en rondom stralen. Het signaal verdwijnt dan in het dak in plaats van in het gangpad. Lager hangen, naar beneden richten en de overdracht tussen accesspoints strakker instellen lost het in de meeste hallen op.

Verandert de wifi als de stellingen voller staan?

Ja, en dat wordt vaak vergeten. Volle stellingen dempen het signaal veel sterker dan lege, dus een meting in een rustige periode geeft een te mooi beeld. We meten daarom bij voorkeur op een moment dat het magazijn representatief gevuld is, of we rekenen die demping mee in het ontwerp.

Hoeveel licht is er nodig boven een werkplek?

Voor algemene hal- en magazijnruimte is 200 tot 300 lux gebruikelijk, voor montage, controle en inspectie eerder 500 lux of meer. Het gaat om de waarde op het werkvlak, niet om het gemiddelde over de vloer, en de gelijkmatigheid telt net zo zwaar als het aantal lux.

Kunnen jullie werken terwijl de productie doorloopt?

Voor een groot deel wel. Kabels trekken en monteren kan vaak tijdens productie, mits we het gebied afzetten en er geen werk boven een draaiende lijn plaatsvindt. Aansluiten en omzetten doen we in een geplande stop, in het weekend of tijdens de vakantiestop. Dat spreken we vooraf per blok af.

Op welke bedrijventerreinen werken jullie?

Onder meer op De Vaart I, II en III en Stichtsekant in Almere, Buitenvaart bij Dronten en Flevokust Haven bij Lelystad. Daarnaast in de rest van Flevoland, het Gooi en Amsterdam. Een monteur is daardoor meestal binnen afzienbare tijd ter plaatse zonder een halve dag onderweg te zijn.

Wat doen jullie tegen stof en trillingen?

We kiezen behuizingen met de juiste beschermingsgraad, plaatsen de patchkast in een koele en zo stofvrij mogelijke ruimte en bevestigen bekabeling zodanig dat trillingen niet op de connectoren komen. Verder is het een kwestie van inspecteren: schroefverbindingen die los werken en dichtgeslibde ventilatoren zie je vroeg als er periodiek naar gekeken wordt.

Hebben wij glasvezel nodig in de hal?

Zodra de afstand tussen verdeelpunt en aansluitpunt boven de 90 meter uitkomt of zodra je naar een ander gebouw op het terrein moet, is glasvezel het antwoord. Het lost ook aardpotentiaalverschillen tussen gebouwen op, wat bij losstaande hallen met een eigen aarding een reëel probleem is.

Kunnen jullie een camera bij de dockdeur plaatsen die tegen het tegenlicht kan?

Ja. Bij een dockdeur is het verschil tussen buiten en binnen zo groot dat een gewone camera alleen een silhouet laat zien. Daar kiezen we camera’s die met dat contrast om kunnen gaan en richten we ze zo dat de zon er niet recht in schijnt op het tijdstip dat er gelost wordt.

Doen jullie ook alleen een onderzoek zonder dat we meteen iets aanleggen?

Ja. We kunnen een dekkingsmeting van de wifi doen, de bestaande bekabeling doormeten of de elektrische installatie beoordelen, en je daar een rapport over geven. Wat je daarna met de aanbevelingen doet, en in welke volgorde, bepaal je zelf.

Contact

Vraag een schouw aan

Vertel kort om wat voor pand of woning het gaat en wat er nu misgaat. Een adviseur belt terug om een moment af te spreken, meestal dezelfde werkdag.

  • VCA-gecertificeerd
  • VEB-erkend beveiligingsbedrijf
  • Eigen monteurs in vaste dienst
  • Meetrapport bij oplevering
  • Bedrijf van het jaar 2024/2025

Je gegevens gaan alleen naar onze eigen adviseurs. Liever meteen bellen? 036 5298 447.

Liever zelf een moment kiezen?

Open onze agenda en prik direct een tijd voor het adviesgesprek. Je krijgt de bevestiging per mail.

BezoekVerfmolenstraat 4
1333 AV Almere
Telefoon036 5298 447
WhatsApp085 210 1111
OpenMa t/m vr 08:30–17:00
Za en zo gesloten
ShowroomWelkom om het in het echt te zien en te bedienen
Bellen WhatsApp Schouw aanvragen