
Techniek voor scholen en onderwijs
Om half negen loggen er in vijf minuten honderden apparaten tegelijk in. Een schoolgebouw vraagt daarom iets anders van netwerk, wifi en beveiliging dan een kantoor met dezelfde vloeroppervlakte.
Een school is technisch gezien een lastig gebouw. De belasting is niet gelijkmatig maar komt in golven: bij de start van de dag, aan het begin van elk lesuur, tijdens een toetsweek waarin elke leerling gelijktijdig hetzelfde platform opent. Daartussen gebeurt er weinig. Een installatie die je op het gemiddelde ontwerpt, redt die vijf minuten niet.
Daar komt bij dat het gebouw uit heel verschillende ruimtes bestaat. Lokalen met dikke wanden, een gymzaal van acht meter hoog, een aula die als examenruimte wordt gebruikt, praktijklokalen met machines, een fietsenstalling en een schoolplein. En vaak een gebouw dat in fasen is aangebouwd, waardoor de bekabeling uit drie verschillende perioden komt.
Wij verzorgen voor scholen in Almere, Lelystad, Zeewolde, Dronten en het Gooi het netwerk, de wifi, de toegangscontrole, camerabewaking, brandmelding en ontruiming, noodverlichting en de elektrotechniek. Van één partij, met één schouw en één planning, want een schoolbestuur heeft geen behoefte aan vier leveranciers die naar elkaar wijzen als het digibord in lokaal 12 het niet doet.

Wat in een schoolgebouw anders is
Piekbelasting op de klok
Dertig leerlingen in één lokaal die tegelijk verbinden is een heel ander vraagstuk dan dertig medewerkers die zich over de ochtend verspreiden. Je ontwerpt op het aantal gelijktijdige apparaten, niet op vierkante meters.
Ruimtes die niet op elkaar lijken
Een gymzaal, een aula en een praktijklokaal hebben elk hun eigen aanpak. In een hoge zaal hangt een accesspoint anders dan boven een systeemplafond, en achter een betonnen wand houdt het signaal er sneller mee op dan mensen denken.
Apparatuur die aan het netwerk hangt
Digiborden, schermen in de gangen, printers, het bel- en omroepsysteem, de klimaatregeling. Steeds meer daarvan wil bekabeld zijn en steeds meer wil voeding via het netwerk, dus je PoE-budget loopt sneller vol dan bij de vorige verbouwing.
Buiten schooltijd is het een ander gebouw
’s Avonds zit er een vereniging in de gymzaal en de buitenschoolse opvang in twee lokalen. Wie waar mag komen, verschilt per dagdeel, en dat wil je regelen zonder een la vol losse sleutels.
Camera’s met terughoudendheid
In een school kijk je naar de fietsenstalling, de entree en het buitenterrein. Niet naar lokalen en niet naar plekken waar leerlingen zich terugtrekken. De inzet moet uit te leggen zijn aan ouders en aan de medezeggenschapsraad.
Werken kan alleen als er niemand is
Boren tijdens een toets gaat niet. Het meeste werk in een school gebeurt in vakanties, op studiedagen en in de avond, en dat vraagt om een planning die maanden vooruit ligt.
Wifi die een lesuur aankan
De vraag die we het vaakst krijgen is waarom de wifi op sommige momenten wegvalt terwijl er genoeg accesspoints hangen. Dat komt zelden door dekking en bijna altijd door dichtheid. Een accesspoint dat een heel lokaal netjes met signaal vult, kan alsnog vastlopen als er dertig apparaten tegelijk om zendtijd vragen.
Wat wij daarom doen: uitgaan van het aantal gelijktijdige apparaten per ruimte, in plaats van van het aantal vierkante meters. In het praktijkgeval van een vol lokaal betekent dat vaak één accesspoint per lokaal, op 5 GHz en op smallere kanalen van 20 MHz, zodat je meer verschillende kanalen naast elkaar kunt gebruiken zonder dat lokalen elkaar storen. Een signaalsterkte van ongeveer −65 dBm op de plek van de leerling is een werkbaar uitgangspunt. Meer zendvermogen is bijna nooit de oplossing, want dan hoort een apparaat in lokaal 3 het accesspoint van lokaal 6 net zo hard en blijft het daaraan hangen.
De gymzaal en de aula pakken we apart aan. Hoge plafonds, harde vlakken en soms honderden mensen tegelijk bij een ouderavond of een examen. Daar hangen we accesspoints lager of gericht, en meten we na met een dekkingsmeting over de plattegrond. Hoeveel er nodig zijn en waarom, leggen we uit in hoeveel accesspoints heb ik nodig.
De bekabeling eronder
Wifi is niet meer dan het laatste stukje. Alles daaronder is bekabeling, en daar geldt de harde grens van 90 meter vaste bekabeling tussen verdeelpunt en aansluitpunt, plus tien meter aan patchkabels. In een school van drie vleugels haal je dat vanuit één technische ruimte niet. Dan werk je met een verdeelpunt per vleugel of per bouwlaag, met glasvezel ertussen. Staat er een dependance of een gymzaal los op het terrein, dan is glasvezel meestal het antwoord, ook omdat je daarmee geen aardproblemen tussen twee gebouwen krijgt.
Voor de meeste aansluitingen in een school volstaat Cat6. Naar accesspoints in dichtbezette ruimtes leggen we Cat6A, omdat die de snelheden aankan die de nieuwere accesspoints leveren en omdat je die kabel de komende vijftien jaar niet meer aanraakt. Het verschil tussen die twee staat in Cat6 of Cat6A. Elke aansluiting wordt doorgemeten en je krijgt de meetrapporten mee. Het volledige verhaal over aanleg staat op databekabeling en glasvezel.
Toegang: overdag, ’s avonds en in het weekend
Sleutels in een school zijn een probleem dat zich langzaam opbouwt. Er komen stagiaires, invallers, schoonmakers en verenigingen die de gymzaal huren, en bij elk vertrek is de vraag of de sleutel echt is ingeleverd. Met een toegangssysteem op pas of telefoon regel je dat per persoon en per tijdvak, en kun je een pas binnen een minuut intrekken zonder cilinders te vervangen.
Wat dit in een school praktisch oplost: de huurder van de gymzaal komt op dinsdagavond alleen de zaal en het toilet in, niet de vleugel met de lokalen. De opvang heeft toegang tot twee lokalen en de keuken. De conciërge kan bij alles. Bij een ontruiming gaan de deuren die open moeten ook echt open, want die koppeling met de brandmeldinstallatie hoort er gewoon bij.
Bij de hoofdingang werkt een deurstation met intercom prettig, zodat de administratie kan zien wie er aanbelt voordat de deur opengaat. Voor de inrit of het fietshek is een zuil met keypad of pas vaak genoeg. Meer daarover staat op toegangscontrole en intercom.

Brandmelding, ontruiming en noodverlichting
Dit is het deel waar een school geen keuze in heeft. Een brandmeldinstallatie wordt aangelegd volgens NEN 2535, het ontruimingsalarm volgens NEN 2575. Welke omvang je nodig hebt, staat in het gebruiksbesluit voor het gebouw en hangt af van het aantal personen en de indeling. Bij scholen gaat het vaak om een gesproken woordinstallatie, omdat een gesproken bericht in een gebouw vol kinderen beter werkt dan een slag alleen. Wat wij op dat vlak doen staat op alarm en brandmelding.
Noodverlichting en vluchtrouteaanduiding vragen om minimaal 1 lux op de vluchtroute en moeten na uitval van de netspanning ten minste 60 minuten blijven branden. Volgens NEN-EN 50172 wordt de installatie periodiek gecontroleerd, met een korte functietest en jaarlijks een volledige brandduurtest. Bij een gebouw met veel armaturen is centrale bewaking praktisch, omdat je dan niet met een ploeg door het hele pand hoeft om elk armatuur los te testen. Wat daarbij komt kijken lees je in noodverlichting in een bedrijfspand.
Camera’s, en waar je stopt
Camerabewaking op een school is verdedigbaar op plekken waar dingen misgaan: de fietsenstalling, de entree, het buitenterrein, de containers en de zij-ingangen waar ’s avonds gehangen wordt. Daar helpt beeld bij fietsdiefstal, vernieling en overlast na sluitingstijd. Binnen in de lokalen en op plekken waar leerlingen pauzeren doen we het niet.
Voor een school geldt hetzelfde als voor elke organisatie: je legt vast waarom je filmt, hoe lang je bewaart, wie erbij kan en waar de camera’s hangen. Een korte bewaartermijn is meestal genoeg. Is er een incident, dan bewaar je die beelden tot het is afgehandeld. Het beeld zetten we op een eigen netwerksegment, gescheiden van het leerlingennetwerk, zoals uitgelegd in camera’s op een eigen netwerk. Het is verstandig om de medezeggenschapsraad vroeg in het proces mee te nemen, want de discussie gaat zelden over techniek en bijna altijd over uitlegbaarheid. Hoe wij camerasystemen opzetten lees je op camerabewaking.
Hoe een besluit in het onderwijs loopt
Bij een bedrijf hangt de beslissing vaak aan één persoon. In het onderwijs werkt het anders, en dat is geen sta-in-de-weg zolang je er rekening mee houdt. Er is een bestuur met meerdere locaties, er is een meerjarenonderhoudsplan waarin de vervangingsmomenten al staan, en er is een begroting die per schooljaar loopt terwijl apparatuur zich daar niets van aantrekt. Een switch die in maart stukgaat, past niet netjes in het budget dat in augustus opnieuw begint.
Wat daarbij helpt, is een technisch beeld dat verder reikt dan de klus van vandaag. Wij leggen per locatie vast wat er ligt, hoe oud het is en wanneer het redelijkerwijs vervangen moet worden. Daarmee kan een bestuur posten in het meerjarenonderhoudsplan zetten in plaats van elk jaar opnieuw te schrikken. En als er meerdere locaties zijn, houden we de opbouw gelijk: dezelfde manier van labelen, dezelfde indeling van de kast, dezelfde instellingen. Dan kan een monteur op locatie B meteen aan het werk zonder eerst het gebouw te leren kennen.

“In een school plan je niet op wat technisch het handigst is, maar op het rooster. Als je in de meivakantie de helft van de kabels legt, is de zomervakantie geen race meer.”Ravi Debipersad, CS Installatie
Van schouw tot oplevering
Rondlopen met de plattegrond
Met de conciërge of de facilitair beheerder door het gebouw: waar zit de technische ruimte, wat ligt er al, welke lokalen geven klachten, waar staat een verbouwing gepland.
Meten wat er nu gebeurt
Een dekkingsmeting van de wifi en een controle van de bestaande bekabeling. Vaak blijkt de helft van de klachten uit één ruimte of één oud verdeelpunt te komen.
Voorstel per locatie en per jaar
Wat nu moet, wat kan wachten en wat je beter combineert met een verbouwing die toch al gepland staat. Zo te knippen dat het in de budgetcyclus past.
Uitvoeren in de vakantie of de avond
We spreken vooraf per week af wat er gebeurt en welke lokalen die dagen niet bruikbaar zijn. Aan het eind van elke werkdag is de school weer schoon en veilig te gebruiken.
Meten, vastleggen, overdragen
Meetrapporten van de bekabeling, een tekening van de kast, een poortlijst en een instructie voor de mensen die er dagelijks mee werken. Daarna kun je bij storing terecht bij onze storingsdienst.
Waar de kosten vandaan komen
Op deze site staan geen bedragen, omdat twee scholen met evenveel leerlingen zomaar het dubbele van elkaar kunnen kosten. Dit zijn de factoren die het verschil maken:
Het aantal aansluitpunten
Hoeveel datapunten er per lokaal komen en hoeveel accesspoints je nodig hebt, is de grootste post. Die volgt uit het aantal gelijktijdige gebruikers, niet uit de oppervlakte.
De staat van het gebouw
Een gebouw met vrije plafonds en bestaande kabelgoten is een stuk sneller dan een gebouw uit de jaren zestig met dichte plafonds, betonnen wanden en asbestrestricties.
De afstanden
Meer dan 90 meter tussen verdeelpunt en aansluitpunt betekent een extra verdeelpunt en glasvezel ertussen. Een losse gymzaal of dependance telt daarin flink mee.
Wat er aan beveiliging bij komt
Een brandmeldinstallatie met ontruimingsalarm, toegangscontrole op een aantal deuren en camera’s buiten zijn elk eigen posten, met eigen aantallen en eigen normeisen.
Wanneer er gewerkt wordt
Vakantiewerk en avondwerk zijn duurder per uur, maar vaak juist goedkoper in totaal omdat er zonder onderbreking doorgewerkt kan worden.
Eén locatie of meerdere
Bij een bestuur met meerdere scholen kun je materiaal en werk bundelen en dezelfde opbouw herhalen. Dat drukt de prijs per locatie.
Na een schouw van een dagdeel kunnen we per locatie een gerichte opgave maken, opgesplitst per onderdeel zodat een bestuur er in het meerjarenonderhoudsplan mee kan rekenen.
Vragen vanuit het onderwijs
Waarom valt de wifi weg zodra de klas begint?
Omdat er te veel apparaten om zendtijd vragen bij hetzelfde accesspoint. Dekking en capaciteit zijn twee verschillende dingen: een accesspoint kan een lokaal prima van signaal voorzien en tegelijk vastlopen op dertig gelijktijdige verbindingen. De oplossing is meestal een accesspoint per lokaal met smallere kanalen, niet meer zendvermogen.
Hoeveel accesspoints heeft een gemiddelde school nodig?
Dat volgt uit het aantal gelijktijdige apparaten per ruimte. In lesruimtes komt het vaak neer op één accesspoint per lokaal. Voor een gymzaal of aula reken je op de piek bij een examen of ouderavond, en dat is een aparte berekening. Een dekkingsmeting vooraf voorkomt dat je er te veel of te weinig ophangt.
Kunnen jullie in de vakantie werken?
Ja, dat is voor scholen eerder regel dan uitzondering. We plannen het werk in vakanties, op studiedagen of in de avonduren, en spreken per week af welke ruimtes tijdelijk niet bruikbaar zijn. Wel graag ruim vooruit inplannen, want vakantieweken zitten snel vol.
Mag een school camera’s ophangen?
Ja, mits je onderbouwt waarom het nodig is en waar je filmt. In de praktijk gaat het om de fietsenstalling, de entree, het buitenterrein en de containers. Lokalen, toiletten en pauzeplekken vallen daarbuiten. Leg vast wat het doel is, hoe lang je bewaart en wie bij de beelden kan, en betrek de medezeggenschapsraad op tijd.
Hoe regelen we toegang voor verenigingen die ’s avonds huren?
Met een toegangssysteem op pas of telefoon, waarbij je per persoon en per tijdvak instelt welke deuren opengaan. De huurder van de gymzaal komt dan alleen op dinsdagavond de zaal en het toilet in. Een pas intrekken kost een minuut en je hoeft geen cilinders te vervangen.
Kunnen jullie het leerlingennetwerk scheiden van het personeelsnetwerk?
Ja, en dat is ook aan te raden. Leerlingen, personeel, gasten, camera’s en gebouwtechniek krijgen elk een eigen segment op dezelfde fysieke bekabeling. Zo kan een besmet apparaat in een lokaal niet bij de administratie, en blijft camerabeeld gescheiden van het lesverkeer.
Hoe vaak moet noodverlichting gecontroleerd worden?
Regelmatig een korte functietest en jaarlijks een volledige brandduurtest, waarbij de armaturen minimaal 60 minuten op accu moeten blijven branden met ten minste 1 lux op de vluchtroute. Bij veel armaturen is centrale bewaking praktisch, omdat de installatie zichzelf test en meldt welk armatuur is uitgevallen.
Werken jullie voor een heel schoolbestuur of alleen per locatie?
Allebei komt voor. Bij meerdere locaties houden we de opbouw gelijk: dezelfde labeling, dezelfde kastindeling en dezelfde instellingen. Dat maakt beheer en storingsafhandeling een stuk eenvoudiger, en het geeft het bestuur één overzicht van wat er per gebouw ligt en wanneer het aan vervanging toe is.
Onze installatie is in fases aangebouwd. Moet alles tegelijk vervangen?
Zelden. Meestal knippen we het op in delen die per jaar in de begroting passen, en beginnen we met het deel dat de meeste klachten geeft. Wat we wel in één keer regelen is de hoofdstructuur: de verdeelpunten en de verbindingen daartussen. Daar hangt de rest aan, dus die wil je niet halverwege nog een keer aanpassen.
Kunnen jullie ook storingen oplossen aan een installatie die iemand anders heeft aangelegd?
Ja. We beginnen dan met uitzoeken en doormeten van wat er ligt, want zonder documentatie is dat het eerste werk. Daarna weet je ook meteen waar je aan toe bent en wat er redelijkerwijs nog een aantal jaren mee kan.