
Datanetwerk en toegangscontrole in hetzelfde tracé, in een pand dat nog in aanbouw was
De vloer lag nog open en het plafond was nog niet dicht. Dat is het goedkoopste moment dat er bestaat om te bekabelen. Daarom hebben we niet alleen de werkplekken meegenomen, maar in dezelfde ronde ook alle deuren.
Pand
Kantoor in aanbouw: vloer nog open, plafond nog niet dicht, wanden nog niet afgewerkt
Aanpak
Datanetwerk en toegangscontrole door hetzelfde tracé, in één trekronde
Centraal
19-inch rack met patchpanelen en keystones, elke lijn aan beide kanten genummerd
Deuren
Lezers op een eigen netwerklijn, stroom en data door dezelfde kabel
Normen
Kabelklasse bepaald volgens NEN 8012 en de CPR-brandklassen
Wat we niet noemen
Naam en locatie van de opdrachtgever, die zijn niet openbaar
Het moment bepaalde het hele project
Deze aanvraag kwam binnen op het enige moment waarop bekabelen echt goedkoop is. Het pand was nog in aanbouw: de vloergoten lagen open, boven het plafond was alles bereikbaar en er liep niemand rond die zijn bureau kwijt kon raken. Alles wat later een sleuf, een boorgat of een stofscherm zou worden, was op dat moment gewoon een open route.
Dat lijkt een detail voor de monteur, maar het is vooral een rekensom. Kabel kost in een leeg pand ongeveer evenveel als in een bewoond pand. Het werk eromheen niet. Geen tegels tillen, geen plafondplaten uit het frame, geen ruimte afzetten, geen avonduren. Bij nieuwbouw en verbouw valt die hele post weg, en dat is bij een kantoor het grootste deel van de prijs.
De keerzijde: je bent maar één keer aan de beurt. Zodra de vloer dicht is en het plafond gesloten, gaat de prijs van één extra lijn met een factor omhoog. Daarom hebben we bij de voorbereiding niet alleen gekeken naar wat er op de werkplekken moest komen, maar naar alles wat straks aan een kabel zou hangen. De grootste post daarin was de toegangscontrole bij de deuren.

Vijf keuzes die we vooraf hebben vastgelegd
1. Eén tracé, twee systemen
Toegangscontrole wordt in de praktijk vaak later bedacht, als de deuren er al hangen en het pand in gebruik is. Er komt dan een aparte kabel achteraan, meestal via een andere route, en zo ontstaan twee tracés die niets van elkaar weten. Wij hebben het omgedraaid. De lijnen naar de deuren zijn samen met de lijnen naar de werkplekken uitgezet, door dezelfde goten getrokken en op hetzelfde rack afgemonteerd. Eén keer meten, één keer trekken, één keer afmonteren. Hoe dat trekwerk gaat, staat op kabels trekken.
2. Een deur behandelen we als een werkplek
Voor het netwerk is een lezer bij een deur niets bijzonders: een aansluitpunt met een eigen lijn, een eigen genummerde poort in het rack, en stroom en data door dezelfde kabel. Daarmee gelden er ook dezelfde regels. Dezelfde honderd meter grens die voor elk koperen traject geldt, tussen switch en apparaat, patchkabels meegerekend. Dezelfde meting achteraf. En dezelfde nummering. Dat voordeel merk je pas maanden later: reageert een deur niet, dan kijk je in het rack en zie je meteen om welke lijn het gaat. Wat we verder aan deuren doen, van lezers tot deurstations, staat bij toegangscontrole en intercom.
3. Ruimer trekken dan het plan vraagt
Een extra lijn meetrekken terwijl de goot toch openligt kost bijna niets. Diezelfde lijn er een halfjaar later bij leggen kost een dag werk en een hoop stof. We hebben daarom op de aansluitpunten ruimer getrokken dan strikt nodig was, en ook lijnen gelegd naar plekken waar op termijn waarschijnlijk iets bij komt: vergaderruimtes, accesspoints aan het plafond, en deuren die nu nog gewoon met een sleutel dichtgaan maar later best eens een lezer kunnen krijgen.
4. De kabelklasse volgt uit het gebouw
Welke brandklasse een vast ingebouwde kabel moet hebben, bepaal je niet op gevoel. De Europese CPR verdeelt kabels in klassen, van Eca voor situaties met een laag risico via Dca voor kantoren en bedrijfspanden en Cca voor publieke ruimtes en vluchtroutes tot B2ca voor de zwaarste eisen. NEN 8012 is de keuzenorm die per gebouw en per gebruik aanwijst welke klasse minimaal nodig is. In een pand dat nog in aanbouw is, is dat een makkelijk gesprek: de klasse ligt vast voordat de eerste rol opengaat, in plaats van dat er achteraf een discussie ontstaat over wat er nu eigenlijk in de wand zit. Meer daarover lees je bij CPR en NEN 8012.
5. Het rack is het eindproduct
Van dit hele project ziet de opdrachtgever later bijna niets terug, op één plek na: de kast. Daar komt alles samen en daar wordt zichtbaar of het werk klopt. Een 19-inch rack, patchpanelen met keystones, en per paneel de gebruikelijke vierentwintig poorten in vaste posities. Elke lijn heeft aan beide uiteinden hetzelfde nummer, op het paneel en op de outlet. De patchkabels lopen door de kabelgeleiding en niet dwars over de panelen heen, zodat je een lijn kunt omprikken zonder tien andere aan te raken. Zo bouwen we elke kast op, ook los van een project als dit: zie patchkast laten maken.






Zo verliep het
Meelopen met de bouw
Voordat er iets getrokken werd, zijn we met de tekening door het pand gelopen. Waar komen de werkplekken, welke deuren krijgen een lezer, waar staat straks het rack, en welke routes blijven na oplevering bereikbaar.
Tracé uitzetten voor beide systemen
Data en toegang op dezelfde routes, met elk traject binnen de honderd meter tussen rack en aansluitpunt. Dat uitzetten gebeurt vóór het trekken, want achteraf een lijn inkorten kan niet.
Trekken terwijl alles openlag
Werkplekken, deurposities, plafondpunten en de reservelijnen in één ronde, door de vloergoten en boven het plafond. Volkoperkabel met een geldige keuring, van fabrikanten als Datwyler en Draka.
Afmonteren in het rack
Keystones in de patchpanelen, elke lijn genummerd op het paneel en op de outlet, en de patchkabels door de geleiding. Daarna pas de actieve apparatuur erin.
Meten, inregelen en overdragen
Elke lijn doorgemeten, de lezers aangemeld, de rechten ingericht en de nummering samen met de meetresultaten overgedragen. Wat zo’n rapport inhoudt, staat bij bekabeling certificeren.
“In een pand dat nog openligt kost een extra lijn bijna niets. Een halfjaar later kost diezelfde lijn een dag en een hoop stof. Dat is eigenlijk het hele verhaal.”Ravi Debipersad, stuurt het technische werk aan bij CS Installatie.nl
Wat je hiervan kunt meenemen
Het moment is de grootste besparing
Niet de kabel is duur, maar het openleggen. Bekabel zolang de vloer en het plafond nog open zijn.
Neem de deuren meteen mee
Toegangscontrole achteraf betekent een tweede tracé. Tegelijk trekken kost nauwelijks extra.
Trek reserve zolang het kan
Een lijn die je nu meeneemt is bijna gratis. Dezelfde lijn later is een dag werk met overlast.
Nummeren doe je voor later
Aan beide uiteinden hetzelfde nummer. Daar heeft de beheerder jarenlang plezier van, jij nu even niet.
De klasse hoort bij het gebouw
NEN 8012 en de CPR-klassen bepalen welke kabel waar de wand in mag. Leg dat vast vóór de eerste rol.
Meten hoort bij opleveren
Zolang het pand nog open is, is een lijn die net niet haalt in een uur hersteld.
Vragen over dit project
Waarom is bekabelen tijdens de bouw zoveel voordeliger?
Omdat het meeste geld niet in de kabel zit maar in het bereikbaar maken van de route. In een pand in aanbouw is die route er al: de vloergoot ligt open, het plafond is nog niet dicht en er hoeft niets afgeschermd of opgeruimd te worden. In een pand dat in gebruik is, moet dat allemaal wel, en vaak buiten kantoortijd.
Kan toegangscontrole op dezelfde bekabeling als het netwerk?
Ja, en dat is precies wat deze case laat zien. Een moderne lezer hangt aan een gewone netwerklijn en krijgt stroom en data door diezelfde kabel. Voor de aanleg betekent het dat een deur meeloopt in het trekwerk voor de werkplekken. Voor het beheer betekent het dat rechten, netwerk en logging in dezelfde omgeving zitten, of dat nu op een platform als UniFi Access of op Paxton draait.
Ons pand is al klaar, zijn we te laat?
Nee. Het kost alleen meer arbeid, want de route moet dan gemaakt worden in plaats van gebruikt. Dat kan via bestaande kabelgoten, via het systeemplafond, langs de gevel of door de kruipruimte, en meestal zonder dat er iemand een dag niet kan werken. Wij lopen dat eerst met je door, zodat je weet welke route de minste overlast geeft.
Cat6 of Cat6a, wat gaat er in een kantoor de wand in?
Cat6 haalt 1 Gbit over de volle honderd meter en 10 Gbit over kortere afstanden. Cat6a haalt 10 Gbit over de volle lengte. In een pand in aanbouw is dat vooral een rekensom over het moment: het prijsverschil tussen de kabels is klein, het verschil in arbeid om over tien jaar opnieuw te trekken is dat niet. We bepalen het samen met de opdrachtgever, op basis van wat er nu draait en wat er in de levensduur van het gebouw bij kan komen. Het verschil staat uitgelegd bij Cat6 of Cat6a.
Hoeveel reservelijnen moet je leggen?
Daar bestaat geen vast getal voor, en wij verzinnen er ook geen. De vuistregel die wij aanhouden: elke plek waarvan je je nu al kunt voorstellen dat er ooit iets komt te hangen, krijgt in deze ronde een lijn. Denk aan een deur die later een lezer krijgt, een plafondpositie voor een accesspoint of een tweede werkplek in een ruimte die nu nog leeg is.
Waarom vol koper en geen goedkope kabel van internet?
Goedkope netwerkkabel heeft vaak een kern van aluminium met een dun laagje koper. Die haalt de snelheid niet over afstand, warmt op zodra er vermogen door de kabel gaat en breekt bij het afmonteren. Bovendien ontbreekt meestal een geldige brandkeuring, en dat is nu juist wat de norm van je vraagt. Meer over de verschillen staat bij UTP-kabelsoorten.
Hier wordt ook vaak naar gekeken
Zelfde situatie, een pand dat nog niet af is? Bel 036 5298 447 of app 085 210 1111. Langskomen kan ook: Verfmolenstraat 4, 1333 AV Almere.