
Wifi laten doormeten en certificeren
Wifi is goed genoeg vanaf -67 dBm voor kantoorwerk, -65 dBm voor videobellen en -62 dBm voor handscanners in een magazijn, met minstens 20 dB verschil tussen signaal en ruis. Een meting laat per ruimte zien waar je onder die grens zakt. Wij scannen het pand in 3D, meten alle banden door en lossen daarna op wat eruit komt.
Wifi is het enige deel van je netwerk dat je niet kunt zien en niet kunt vastpakken. Een kabel meet je aan twee kanten en dan weet je het. Wifi verandert met de tijd van de dag, met het aantal mensen in het pand en met een pallet die net op de verkeerde plek is neergezet. Daarom komt niemand ver met de mededeling dat het niet goed werkt.
Wij doen wifi-metingen en wifi-certificering aan bestaande netwerken. Dat gebeurt met een 3D-scanner die de hele ruimte inmeet, dus geen streep over een plattegrond maar het pand zoals het er echt uitziet, met de hoogte en de indeling erin. We doen dat in kantoorpanden, in binnen- en buitenruimtes, op een terrein, in een haven, in een loods en in een magazijn.
Uit die meting rolt op papier waar een storing vandaan komt, waarom het netwerk traag is en waar de dekking tekortschiet. Daarachter zit het deel waar je iets aan hebt: een advies over de oplossing, en die oplossing installeren we en brengen we tot een goed einde.
De meting begint bij wat jij merkt
Voordat we ook maar iets aanzetten stellen we vier vragen. Waar valt het weg? Op welk moment van de dag? Op welke apparaten? En sinds wanneer gebeurt het? Die antwoorden sturen de hele meting. Wegvallen op één plek is een dekkingsprobleem. Wegvallen tussen twee plekken is bijna altijd roaming. Traag worden na tienen ’s ochtends is een capaciteitsprobleem, want dan zit iedereen erop. En als het alleen op de oude handscanners gebeurt en niet op de telefoons, ligt het aan de band waar die scanners op zitten.

Zes dingen die de scanner vastlegt
Signaalsterkte in dBm
Hoe hard het signaal binnenkomt op de plek waar iemand werkt. De schaal is negatief en logaritmisch: vlak naast een accesspoint meet je rond -30 dBm, op de rand van het bereik rond -80 dBm. Elke 3 dB minder is de helft van het vermogen, dus dat verschil van 6 dB dat op papier klein lijkt, is in de praktijk het verschil tussen werken en wachten.
Ruis en de verhouding tot het signaal
Een sterk signaal zegt weinig als er ook veel herrie op het kanaal staat. Daarom meten we de ruisvloer en de verhouding tussen signaal en ruis, de SNR. Onder ongeveer 20 dB verschil gaan apparaten terugschakelen naar een lagere snelheid, en dan is er niets kapot terwijl alles traag aanvoelt.
Overlap tussen accesspoints
Op elke plek kijken we hoeveel accesspoints hoorbaar zijn en hoe sterk. Je wil dat de cellen elkaar net raken zodat een apparaat kan overstappen, en niet dat er vier tegelijk staan te schreeuwen.
Kanaalindeling en de buren
Welke kanalen jij gebruikt, welke breedte, en wie er in het pand ernaast op dezelfde kanalen zit. Op een bedrijventerrein met dunne wanden hoor je de buren vaak harder dan je eigen accesspoint twee ruimtes verderop.
Bezetting en zendtijd
Een kanaal is een gedeelde ruimte waarin er steeds maar één tegelijk mag praten. We meten hoeveel procent van de zendtijd al bezet is en hoeveel apparaten er per accesspoint hangen. Een vergaderruimte met dertig laptops op één accesspoint is een capaciteitsprobleem, geen dekkingsprobleem.
Storing die geen wifi is
Niet alles op de band is wifi. Magnetrons, oude draadloze headsets, dect-telefonie, bewegingsmelders en losse draadloze camera’s vervuilen het spectrum. Die bronnen komen niet in een gewone netwerkscan naar voren, in een spectrummeting wel.
De ondergrenzen die wij aanhouden
Er bestaat geen wettelijke norm voor wifi-dekking. Wat er wel is, zijn waardes waarvan we uit ervaring weten dat het eronder gaat knijpen. Dit zijn de ondergrenzen die wij aanhouden bij het beoordelen van een meting. Ze gelden per gebruikssituatie, op de plek waar iemand daadwerkelijk staat of rijdt, en op de band waar het apparaat op zit.
| Gebruikssituatie | Ondergrens signaal | Ondergrens SNR | Waarom deze grens |
|---|---|---|---|
| Kantoorwerk: mail, bestanden, browser | -67 dBm | 25 dB | Genoeg marge om ook bij een volle vloer nog op een fatsoenlijke snelheid te blijven. |
| Videobellen en bellen over wifi | -65 dBm | 25 dB | Spraak en beeld verdragen geen haperingen. Een overstap tussen accesspoints mag je niet horen. |
| Handscanners en heftruckterminals in een magazijn | -62 dBm | 25 dB | Deze apparaten hebben een kleine antenne, zenden zwak terug en moeten blijven werken terwijl ze rijden. |
| Buitenterrein: tablets, camera’s, laadpalen | -70 dBm | 20 dB | Buiten is er minder weerkaatsing en minder storing, dus je komt met minder signaal verder. |
| Gangen, trappen en opslag zonder vaste werkplekken | -75 dBm | 20 dB | Hier hoeft alleen de verbinding overeind te blijven, er wordt niet gewerkt. |
Let op de asymmetrie die hier vaak wordt vergeten. Jouw accesspoint zendt met flink wat vermogen, een handscanner met een fractie daarvan. Op de meter lijkt de dekking dan prima, terwijl het apparaat zelf de terugweg niet haalt. Wij meten daarom niet alleen wat het accesspoint uitzendt, maar ook wat er van een apparaat op die plek terugkomt.
2,4 GHz, 5 GHz en 6 GHz lopen elk op iets anders stuk
2,4 GHz komt het verst en gaat het best door muren, maar er zijn maar drie kanalen die elkaar niet overlappen: 1, 6 en 11. Alles zit erop: bluetooth, draadloze koptelefoons, magnetrons en de buren. In een pand met veel accesspoints wordt deze band vooral een probleem in plaats van een oplossing, en toch kun je hem zelden uitzetten omdat oudere handscanners en machines er nog op zitten.
5 GHz heeft veel meer kanalen, dus je kunt accesspoints echt uit elkaar zetten zonder dat ze elkaar storen. Het bereik is korter en muren kosten meer signaal. Een deel van de kanalen is DFS-kanaal: daar heeft radar voorrang. In de buurt van een haven, een vliegveld of een weerradar kan een accesspoint dan opeens van kanaal wisselen, en op dat moment vallen verbindingen even weg. Dat is bij metingen langs de kust en op haventerreinen een terugkerende vondst.
6 GHz heeft de meeste ruimte en geen oude apparatuur die meeluistert, maar het bereik is het kortst en binnen mag er alleen op laag vermogen worden gezonden. Alleen apparaten van de laatste jaren doen mee. Prima band voor een kantoorvloer met nieuwe laptops, geen oplossing voor een magazijn vol bestaande scanners.
Te veel overlap is net zo erg als te weinig
Bij te weinig overlap ontstaan gaten en verlies je de verbinding tussen twee accesspoints in. Dat ziet iedereen aankomen. De fout die we vaker tegenkomen is de andere: alle accesspoints op vol zendvermogen. Dan hoort een laptop er vier of vijf tegelijk, en omdat ze allemaal de zendtijd op hetzelfde kanaal delen, moet iedereen om de beurt. Het resultaat is een netwerk dat overal vier streepjes laat zien en toch traag is. Wij mikken op cellen die elkaar net raken, ongeveer een vijfde overlap, met het zendvermogen naar beneden in plaats van naar boven.

Waarom de heftruck de verbinding verliest en de laptop niet
Overstappen naar een volgend accesspoint heet roamen, en de beslissing daarover ligt niet bij jouw netwerk maar bij het apparaat zelf. Een laptop die op één plek staat merkt daar nooit iets van. Een heftruck die met vijftien kilometer per uur door een gang van negentig meter rijdt, passeert in dertig seconden drie accesspoints. Als de terminal blijft hangen aan het accesspoint waar hij ooit mee begon, zakt het signaal weg tot hij hem eindelijk loslaat, en precies dan valt de scan of de sessie eruit.
Dat gedrag verhelp je zelden door er een accesspoint bij te hangen. Het zit in de instellingen en in de firmware van de apparaten. Wij meten daarom hoe lang een overstap duurt en op welk punt in de route hij plaatsvindt, en kijken of de ondersteuning voor snellere overdracht tussen accesspoints, zoals 802.11k, v en r, aan staat en of de scanners die ook echt aankunnen. Bij oudere apparatuur is het antwoord soms simpelweg dat het zendvermogen omlaag moet, zodat een terminal eerder gedwongen wordt over te stappen.
Wat het pand met je signaal doet
Elke wand kost signaal, maar niet elke wand kost evenveel. Een gipswand haal je bijna ongemerkt. Beton met wapening kost al gauw tien tot vijftien dB, en dat is een vermogen dat een factor tien tot dertig lager ligt. Een brandwerende deur met een stalen kern gedraagt zich als een muur en staat precies op de plek waar je wil doorlopen. Een koelcel is een gesloten metalen doos met isolatie; daar komt van buitenaf niets in, dus daar hangt gewoon een eigen accesspoint. Een gevel van stalen sandwichpanelen kaatst je signaal terug de hal in en houdt het buitenterrein droog, letterlijk: buiten heb je een eigen buiten-accesspoint nodig.
Op een lege vloer werkte het wel
Dit is de meest voorkomende klacht na een verhuizing, en de verklaring is eenvoudig. In een leeg pand kaatst het signaal vrij rond tegen vloer, dak en wanden. Je meet overal keurige waardes en je zou zweren dat het klopt. Zodra de stellingen erin staan en volgeladen worden, verandert de hal in een stelsel van gangen met muren van dozen. Karton, papier en vooral alles met water erin slurpen 2,4 en 5 GHz op. Metalen legborden en gestapelde rolcontainers weerkaatsen de rest de verkeerde kant op. Het accesspoint hangt nog op precies dezelfde plek, maar het pand eromheen is een ander gebouw geworden.
Daarom meten we een magazijn het liefst als het gevuld is, of we meten twee keer: één keer nu en één keer als de voorraad op zijn hoogst is. Bij seizoensbedrijven scheelt dat in november tientallen procenten dekking ten opzichte van juli. Loopt het bij jou specifiek in de hal mis, lees dan ook wifi valt weg in de loods, daar staan de vaste oorzaken op een rij.
“Een lege hal meet altijd mooi. Ik wil weten hoe het er in november uitziet, als de stellingen tot boven toe vol staan en er acht heftrucks rondrijden.”Ravi Debipersad, stuurt het technische werk aan bij CS Installatie
Zo verloopt een wifi-meting
Intake per telefoon
Wat merk je, waar, wanneer en op welke apparaten. Ook: wat hangt er nu, van welke leeftijd, en wie beheert het. Dat kost een kwartier en bepaalt hoeveel meettijd we inplannen.
De ruimte inmeten
Met de 3D-scanner leggen we het pand vast: afmetingen, hoogte, wanden, stellingen, deuren en het terrein eromheen. Daar komt een model uit waar de meetwaarden overheen gelegd worden, dus je ziet later waar iets precies zit.
Passief meten
We lopen of rijden het hele pand af terwijl de scanner luistert. Per band en per kanaal komt eruit wat er hoorbaar is, hoe sterk, hoeveel ruis erop staat en welke accesspoints elkaar overlappen. Buitenterreinen doen we op dezelfde manier.
Actief meten
Daarna verbinden we echt en meten we doorvoer, reactietijd, pakketverlies en de tijd die een overstap tussen accesspoints kost. Waar mogelijk doen we dat met hetzelfde type apparaat als jij gebruikt, want een handscanner meet anders dan een laptop.
Rapport en advies
Je krijgt de dekking per ruimte in kleur over de plattegrond, de gemeten waarden per band en een lijst met wat er niet haalt en waardoor. Daarnaast het advies: verplaatsen, bijplaatsen, vervangen, anders instellen, of bekabeling erbij trekken.
Uitvoeren en nameten
Wij voeren het uit met eigen monteurs, inclusief de datakabels en de PoE-voeding die de nieuwe accesspoints nodig hebben. Daarna meten we op dezelfde punten opnieuw, zodat je het verschil ziet in dezelfde eenheden.
Meten aan wat er staat, of vooraf doorrekenen
Staat het pand er en hangt de apparatuur al, dan meten we de werkelijkheid. Dat is de betrouwbaarste vorm, want alles wat het signaal beïnvloedt zit er al in: de stellingen, de mensen, de buren en de storing die niemand had zien aankomen.
Wordt er nog gebouwd of verbouwd, dan kan dat niet. Dan rekenen we het vooraf door op basis van de bouwtekening. Elke wand krijgt een materiaal en een demping mee, de stellingen worden ingetekend, en daar komt uit hoeveel accesspoints er nodig zijn en waar ze moeten hangen. Zo weet je vóór het stucwerk waar de datakabels naartoe moeten, wat achteraf een veelvoud kost. Een berekening blijft een berekening, dus na oplevering meten we het na en stellen we bij waar de praktijk afwijkt van de tekening. Wil je alleen weten hoeveel punten je ongeveer nodig hebt, kijk dan eerst bij hoeveel accesspoints heb ik nodig.
Waar de kosten vandaan komen
Deze factoren bepalen wat een wifi-meting kost:
Oppervlakte, hoogte en aantal bouwlagen. Elke verdieping is een aparte meetronde, en een hal van tien meter hoog kost meer meetposities dan een kantoorvloer.
Binnen, buiten of allebei. Een terrein, een kade of een parkeerdek meet je apart van het gebouw.
Hoeveel banden er meedoen. Alleen 5 GHz gaat sneller dan 2,4, 5 en 6 GHz naast elkaar.
Wanneer we kunnen meten. Overdag met een vol pand is inhoudelijk het beste, maar in productie of in een magazijn dat draait, werken we ook buiten kantoortijd.
Wat je wil opleveren. Alleen het meetrapport, of het rapport met een uitgewerkt ontwerp, posities op tekening en een voorstel voor de bekabeling.
Wat het kost. Een wifi-meting begint bij € 499 excl. btw, inclusief het meetrapport. Wat je daarboven betaalt volgt uit de punten hierboven: het aantal bouwlagen, de hoogte, het buitenterrein en de banden die meedoen. Na een korte inventarisatie weet je het bedrag voor jouw pand, en dat is het bedrag dat op de opgave komt.

Vragen over wifi doormeten
Wat is een wifi-meting precies?
Een wifi-meting is het systematisch vastleggen van het draadloze signaal op elke plek in en om je pand. We scannen de ruimte in 3D en meten per band de signaalsterkte, de ruis, de overlap tussen accesspoints, de kanaalbezetting en de doorvoer. Het resultaat is een rapport waarin per ruimte staat wat er gemeten is en waar het onder de gestelde ondergrens zakt.
Wat kost een wifi-meting?
Een wifi-meting begint bij € 499 exclusief btw, inclusief het meetrapport. Wat je daarboven betaalt hangt af van de oppervlakte, het aantal bouwlagen, of er ook buiten gemeten moet worden en hoeveel banden er meedoen. Een kantoorvloer is een dagdeel, een groot magazijn met terrein loopt op naar meerdere dagen. Na een korte intake per telefoon weten we genoeg voor een gerichte opgave.
Hoe lang duurt zo’n meting?
Voor een kantoorpand meestal een dagdeel tot een dag, inclusief het inmeten van de ruimte. Een magazijn met hoge stellingen, koelcellen en een buitenterrein kost een tot enkele dagen, omdat je op meer posities en op meer hoogtes moet meten. Het rapport volgt binnen enkele werkdagen na de meting.
Moet het pand leeg zijn tijdens de meting?
Nee, liever niet. Een vol pand met werkende mensen, rijdende heftrucks en gevulde stellingen is precies de situatie die je wil meten. Wifi in een leeg gebouw meet altijd beter dan het in de praktijk is, en daar heb je niets aan.
Wat is een goede signaalsterkte voor wifi?
Voor kantoorwerk houden wij -67 dBm aan als ondergrens, voor videobellen -65 dBm en voor handscanners in een magazijn -62 dBm. Op een buitenterrein volstaat vaak -70 dBm. Daarnaast kijken we naar de verhouding tussen signaal en ruis: onder ongeveer 20 dB verschil schakelen apparaten terug naar een lagere snelheid, ook als het signaal op zich sterk lijkt.
Waarom werkt de wifi ’s ochtends wel en ’s middags niet?
Dat wijst op capaciteit en niet op dekking. Een kanaal is gedeelde zendtijd waarin er maar één apparaat tegelijk mag zenden. Zit iedereen op kantoor of draait de tweede ploeg, dan is de zendtijd op en wordt alles traag terwijl het signaal onveranderd sterk is. Dat los je op met een betere verdeling over de banden en de kanalen, meestal niet met meer vermogen.
Onze wifi werkte prima toen het magazijn nog leeg was, wat is er gebeurd?
Het pand is veranderd, het netwerk niet. In een leeg gebouw kaatst het signaal vrij rond en meet je overal goede waardes. Volle stellingen met karton, vloeistoffen en metalen legborden absorberen en weerkaatsen datzelfde signaal, waardoor de gangpaden afgesloten buizen worden. Een meting in de gevulde situatie laat zien waar de accesspoints nu tekortschieten.
Kunnen jullie ook meten voordat het pand er staat?
Meten niet, doorrekenen wel. Op basis van de bouwtekening rekenen we uit hoeveel accesspoints er nodig zijn en waar ze moeten komen, met de demping van de wanden en de indeling erin verwerkt. Zo liggen de datakabels op de goede plek voordat de plafonds dichtgaan. Na oplevering meten we het na en stellen we bij waar het afwijkt.
Hebben we gewoon meer accesspoints nodig?
Vaak niet. Meer accesspoints op dezelfde kanalen maken het probleem regelmatig groter, omdat ze elkaars zendtijd opeten. Uit een meting blijkt of het gaat om een gat in de dekking, om te veel overlap, om een verkeerde kanaalindeling of om apparaten die niet willen overstappen. Pas daarna weet je of erbij hangen zin heeft.
Voeren jullie de oplossing daarna ook uit?
Ja. Dat is voor ons de reden om te meten. Accesspoints verplaatsen of bijplaatsen, datakabels trekken, de PoE-voeding erbij regelen en het netwerk opnieuw instellen doen onze eigen monteurs. Na afloop meten we op dezelfde punten opnieuw, zodat je zwart op wit ziet wat er veranderd is.
Meten jullie ook de bekabeling naar de accesspoints?
Ja, dat hoort er standaard bij. Een accesspoint hangt aan een datakabel en aan PoE, en een link die te lang is of slecht is afgemonteerd zie je terug als een accesspoint dat terugvalt of herstart. Meer daarover staat op meten en certificeren.