
Functiebehoud en brandveilige kabeldraagsystemen
Functiebehoud betekent dat een installatie bij brand blijft werken. Dat is iets anders dan zorgen dat er bij brand niets uit het plafond in de vluchtroute valt. Wij leveren en monteren allebei, met beproefde systemen van OBO.
Twee vragen die vaak door elkaar lopen
Moet de installatie blijven werken? Dan gaat het om functiebehoud. Denk aan de brandmeldinstallatie, het ontruimingsalarm, de sprinkler, de rook- en warmteafvoer, een brandweerlift of centrale noodverlichting. Die kabels moeten het een bepaalde tijd houden, meestal 30, 60 of 90 minuten.
Mag er niets naar beneden komen? Boven een verlaagd plafond in een vluchtroute hangen vaak gewone kabels: netwerk, verlichting, stroom. Die hoeven niet te blijven werken. Maar ze mogen bij brand ook niet met goot en al op het plafond vallen en de vluchtroute blokkeren.
Voor het tweede heeft OBO draagsystemen die daarop beproefd zijn. Let op: OBO zegt zelf dat die systemen niet gelden als functiebehoud. Het zijn twee verschillende oplossingen, met elk een eigen certificaat.
Hoe functiebehoud werkt
Kabel en draagsysteem samen
Een kabel met functiebehoud alleen is niet genoeg. De kabel, de goot of beugel, de steunafstand en de pluggen zijn als combinatie beproefd. Wijk je af, dan geldt het certificaat niet meer.
E30, E60, E90
De klasse zegt hoeveel minuten het systeem blijft werken. Welke klasse nodig is, staat in het brandveiligheidsconcept of het programma van eisen van het gebouw.
FE180 is niet hetzelfde
FE180 op een kabel zegt iets over de isolatie van de kabel zelf. E30 tot E90 gaat over het hele systeem. Controleer allebei apart.
De normen erachter
Voor brandmelding en ontruiming staat functiebehoud in NEN 2535, NEN 2575 en NPR 2576. Een installatiedeskundige beoordeelt bij de inspectie de aanleg.
Niets erboven dat kan vallen
Hangt er boven een functiebehoudroute iets anders, dan mag dat bij brand niet op de route vallen. Dat moet dus ook goed hangen.
Alleen toegestane bevestiging
Stalen pluggen en de bevestiging die in het certificaat staat. Geen kunststof pluggen, geen tie-wraps.
Boven een verlaagd plafond in de vluchtroute
De draagsystemen van OBO voor deze plek zijn getest met een brand boven het plafond en een volle goot. Ze blijven hangen, maar ze buigen wel door. Daarom moet er een minimale afstand zijn tussen de onderkant van de goot en het plafond. Hoe groot, hangt af van het systeem en van de steunafstand. Hoe dichter de steunen, hoe minder doorbuiging. De precieze waarden staan in het testcertificaat, en daar houden we ons aan.
In een bestaand gebouw kijken we eerst wat er hangt. Vaak is de goot goed, maar zitten de steunen te ver uit elkaar of hangt hij aan de verkeerde plug. Dan zetten we er ophangingen bij.
Wat je bij oplevering wilt zien
De certificaten van de systemen die er hangen, met de combinatie van kabel, draagsysteem en steunafstand. Een tekening met de routes. En de bevestiging zoals het certificaat hem voorschrijft. Vraag het gewoon. Een goede installateur heeft het in een map.
In de map.
Certificaten, tekening en steunafstanden.
Wat er bij de oplevering hoort, leveren wij erbij.

Vragen over functiebehoud
Wat is functiebehoud?
Dat een installatie bij brand een bepaalde tijd blijft werken, bijvoorbeeld 30 of 90 minuten. Kabel en draagsysteem zijn daarvoor samen beproefd.
Is een OBO-goot boven het plafond hetzelfde als functiebehoud?
Nee. De systemen voor boven een verlaagd plafond zorgen dat er niets op het plafond valt. Functiebehoud is een aparte eis, met eigen systemen en certificaten.
Wie bepaalt welke klasse nodig is?
Het brandveiligheidsconcept of het programma van eisen van het gebouw, en voor brandmelding en ontruiming de normen. Wij rekenen het daarna door en kiezen het systeem dat daarbij beproefd is.