
Laadpaal laten installeren
Thuis aan de gevel of een rij laadpunten op het bedrijfsterrein. Het lastige zit zelden in de paal, maar in de meterkast, de kabelroute en de vraag wat de aansluiting nog aankan.
Wat komt er kijken bij een laadpaal laten installeren?
Meer dan de paal aan de muur schroeven. Een laadpunt hoort op een eigen eindgroep, met een beveiliging die ook gelijkstroomlekken ziet: een aardlekschakelaar van type B, of type A in combinatie met detectie van 6 mA gelijkstroom in de laadpaal zelf. Daarna komt de vraag hoeveel vermogen je kunt laden. Op één fase is dat ongeveer 3,7 kW, op drie fasen 11 kW, en met een zwaardere aansluiting 22 kW. Wat er daadwerkelijk kan hangt niet af van de paal maar van je hoofdaansluiting: een woning met 1 x 35 A heeft simpelweg minder te verdelen dan een pand met 3 x 25 A of meer. Laadt de auto op het moment dat ook de kookplaat en de warmtepomp aanstaan, dan vliegt de hoofdzekering eruit, tenzij er dynamisch lastbeheer op zit dat de laadstroom automatisch terugregelt. In Nederland stonden eind 2025 al 863.374 laadpunten bij mensen thuis, 185.011 meer dan het jaar ervoor (RVO-cijfers, gepubliceerd in De harde cijfers). De meeste daarvan hangen aan een installatie die nooit voor laden is ontworpen, en daar begint ons werk.
Eerst de meterkast, dan pas de paal
Wij kijken altijd eerst in de kast. Hoe zwaar is de aansluiting, hoeveel groepen zijn er nog vrij, wat voor aardlekbeveiliging zit erin en hoe oud is het geheel? Bij een kast uit de jaren tachtig is een laadpaal erbij hangen zelden het goede antwoord, en dan is de groepenkast vervangen de echte klus waar de laadpaal daarna gewoon in past.
Daarna de route. Een laadpaal staat bijna nooit naast de meterkast: de kabel gaat door de kruipruimte, langs de gevel of onder de oprit door. Over langere afstanden wordt de doorsnede van de kabel belangrijker dan het merk van de paal, want spanningsval kost laadvermogen. Die route bepalen we op locatie, niet op een plattegrond.
Pas als dat duidelijk is, praten we over de paal zelf: vast snoer of een contactdoos, laden op overschot van zonnepanelen, en of je wilt kunnen zien hoeveel er geladen is.

Een laadpaal bij je thuis
Eigen groep in de kast
Een laadpunt deelt zijn groep met niets anders. Zit de kast vol, dan breiden we uit of vervangen we hem.
De juiste aardlekbeveiliging
Type B, of type A met 6 mA gelijkstroomdetectie in de paal. Dit is het onderdeel dat bij doe-het-zelf-installaties het vaakst ontbreekt.
Dynamisch lastbeheer
Een meter in de kast kijkt mee wat het hele huis verbruikt en regelt de laadstroom terug als het druk wordt. Zo laad je zo snel als kan zonder dat de hoofdzekering eruit gaat.
De kabelroute
Door de kruipruimte, langs de gevel of onder de oprit. We herstellen bestrating en gevel netjes, en de kabel ligt op de diepte die hoort bij waar hij loopt.
Laden op je eigen zon
Heb je zonnepanelen, dan kan de paal zo ingesteld worden dat hij vooral laadt wanneer er overschot is. Wij kijken of je installatie dat aankan.
Aan de gevel of op een paal
Staat de auto niet tegen de muur, dan komt er een staander. Dat vraagt een fundatie en een kabel in de grond, vaak in dezelfde sleuf als tuinverlichting.
Laadpunten op het bedrijfsterrein
Hoeveel kan het pand aan?
Dit is bijna altijd de eerste vraag. We rekenen door wat de aansluiting nog over heeft naast productie, koeling, verlichting en klimaat, en pas daarna hoeveel laadpunten er kunnen.
Verdelen in plaats van verzwaren
Met lastverdeling over meerdere punten laad je een heel wagenpark zonder dat de hoofdaansluiting omhoog hoeft. Dat scheelt meestal een flinke investering en een lange wachttijd bij de netbeheerder.
Aanleggen voor later
Vier palen nu en zestien over drie jaar? Dan leggen we nu al de mantelbuizen en de voeding op de zwaarste variant. De sleuf twee keer open is duurder dan de kabel die er meteen in ligt.
Wie laadt er, en wie betaalt?
Laadpassen, registratie per gebruiker en een pas voor bezoekers. Handig als medewerkers, leaseauto’s en bezoek door elkaar staan.
Alles in dezelfde sleuf
Een parkeerterrein heeft ook verlichting, camera’s en soms een slagboom nodig. Ligt de sleuf toch open, dan leggen we die bekabeling in één keer mee. Zie ook camerabewaking.
Onderhoud en storing
Een laadpunt dat stilstaat merkt niemand tot iemand er staat. We nemen ze mee in onderhoud en storingsdienst.
Vragen over laadpalen
Mag ik een laadpaal zelf aansluiten?
Technisch kan het, verstandig is het niet. Een laadpunt vraagt een eigen groep en een beveiliging die ook gelijkstroomlekken detecteert. Gaat dat mis, dan merk je het pas op het moment dat het misgaat. Bovendien kijkt een verzekeraar bij schade naar wie het heeft aangelegd.
11 kW of 22 kW, wat heb ik nodig?
Voor thuis is 11 kW bijna altijd ruim genoeg: een accu die ‘s nachts moet bijladen heeft geen haast. 22 kW is interessant als een auto tussendoor snel weer weg moet, en dat speelt vaker zakelijk dan thuis.
Wat als mijn meterkast vol zit?
Dan breiden we uit of vervangen we de kast. Dat klinkt vervelend, maar het is vaak ook het moment waarop een oude installatie eindelijk wordt aangepakt. Wij zeggen het eerlijk als het nodig is en als het niet nodig is.
Hoe lang duurt het?
Een laadpaal thuis met een normale route is meestal een dagdeel. Moet er een sleuf open, een kast worden vervangen of komt er een staander in de tuin, dan is het een dag of langer. Dat weten we na de schouw, niet aan de telefoon.
Kan de paal laden op mijn zonnepanelen?
Veel laadpalen kunnen laden op overschot. Of dat in jouw situatie zinvol is hangt af van je omvormer, je meter en wanneer de auto thuisstaat. Wij kijken naar het geheel, want zonnepanelen, thuisaccu en laadpaal hangen aan dezelfde installatie.
Doen jullie ook meerdere laadpunten voor een bedrijf?
Ja. Daar begint het bij de vraag wat de aansluiting van het pand nog over heeft, en of we het met lastverdeling kunnen oplossen in plaats van verzwaren.