
Waarom doet de brandklasse van je netwerkkabel ertoe?
Omdat een kabel die vast in een gebouw ligt meebrandt en rook maakt. Sinds 1 juli 2017 is zo’n kabel onder de Europese verordening bouwproducten (CPR) een bouwproduct: hij moet een Euroklasse hebben, met een prestatieverklaring (DoP) en CE-markering. Die klasse zegt hoe snel het vuur zich langs de kabel verplaatst, hoeveel rook dat oplevert en of er brandende druppels vallen. NEN 8012 is de Nederlandse norm die helpt bepalen welke klasse in jouw pand hoort.
Een netwerkkabel is een bouwproduct
Kabel bestaat voor het grootste deel uit kunststof: isolatie om de aders, vulling, een mantel eromheen. Leg er tweehonderd meter van in dezelfde goot en er loopt een aaneengesloten strook brandbaar materiaal door het pand, dwars door wanden en langs de route waarover mensen naar buiten moeten. Daarom vindt de wetgever er iets van.
Sinds 1 juli 2017 vallen kabels onder de CPR, de Europese verordening bouwproducten (EU) 305/2011. Elke kabel die permanent in een bouwwerk wordt aangebracht moet getest zijn volgens EN 50575, ingedeeld zijn in een Euroklasse en geleverd worden met CE-markering en een prestatieverklaring. Die verklaring heet Declaration of Performance, afgekort DoP: een genummerd document waarin de fabrikant vastlegt wat de kabel bij de proef presteerde. Zonder dat nummer valt achteraf niets aan te tonen.
De ondergrens in Nederland
Voor kabels die vast in een bouwwerk zitten is klasse Eca hier het wettelijke minimum. Dat stond in het Bouwbesluit en staat inmiddels in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Wat daarboven nodig is, hangt af van het gebouw. Er is dus geen klasse die overal verplicht is. Wel is er een bodem waar niemand onderuit komt, en een methode om te bepalen wat daar in jouw situatie bovenop komt. Die methode staat in NEN 8012.

Wat is NEN 8012?
NEN 8012 is de Nederlandse norm die bepaalt welke brandklasse een kabel in jouw gebouw moet hebben. De Europese verordening (CPR) zegt namelijk alleen dát een kabel een klasse moet hebben en hoe je die meet. Welke klasse in welk gebouw hoort, vult NEN 8012 in.
De norm werkt met de vraag wat er gebeurt als het misgaat. Hoeveel mensen zijn er, kunnen ze zelfstandig weg, hoe lang is de vluchtroute, en wat betekent uitval van het gebouw? Hoe zwaarder dat antwoord, hoe hoger de klasse. Voor een klein kantoor komt daar iets anders uit dan voor een zorginstelling of een school.
De uitkomst is een klasse die je vastlegt vóórdat de kabel besteld wordt. Achteraf is het alleen nog terug te lezen van de mantel, en een verkeerde keuze betekent opnieuw trekken.
De Euroklassen van Aca tot Fca
Zeven hoofdklassen, van onbrandbaar tot niet toegestaan. Ze zeggen hoeveel de kabel bijdraagt aan een brand: hoe ver de vlam zich langs de kabel verplaatst en hoeveel warmte er vrijkomt. B1ca tot en met Dca worden beproefd volgens EN 50399, in een opstelling waarin een hele bundel kabel wordt aangestoken. Eca en Fca worden getest met één kabel en een kleine vlam, volgens EN 60332-1-2.
| Klasse | Gedrag in een brand | In de praktijk |
|---|---|---|
| Aca | Onbrandbaar, praktisch geen bijdrage. | Voor datakabel niet leverbaar. |
| B1ca | Zeer beperkte vlamuitbreiding en warmteafgifte. | Zeldzaam en duur, zwaarste toepassingen zoals tunnels. |
| B2ca | Beperkte vlamuitbreiding, weinig warmteafgifte. | Zwaarste klasse die voor datakabel gangbaar is. Veel mensen, lange vluchtroutes, of mensen die niet zelfstandig weg kunnen. |
| Cca | Beperkte bijdrage, duidelijk meer dan B2ca. | Publiek toegankelijke en hogere gebouwen. |
| Dca | Aanzienlijke bijdrage, vlamuitbreiding wel begrensd. | De stap boven het minimum, bij een overzichtelijke vluchtsituatie. |
| Eca | Eén kabel mag bij een kleine vlam niet doorbranden. Geen eis aan rook of druppels. | De wettelijke ondergrens in Nederland en de standaard in de handel. |
| Fca | Geen prestatie vastgesteld, of gezakt voor de Eca-proef. | Niet toe te passen als vaste bekabeling. |
De aanduidingen s, d en a
Achter de hoofdklasse staan bij B1ca tot en met Dca nog drie letters met een cijfer, over rook, brandende druppels en de zuurgraad van de rook. Voluit ziet dat er bijvoorbeeld uit als B2ca-s1a,d1,a1.
| Letter | Gaat over | Waarden |
|---|---|---|
| s | Rookontwikkeling | s1 het weinigst, s3 het meest of ongetest. s1 is verdeeld in s1a en s1b, naar hoeveel licht er door de rook komt; s1a laat het meeste door. |
| d | Brandende druppels en deeltjes | d0 is geen brandende druppels binnen 1200 seconden. d1 laat druppels toe die niet langer dan 10 seconden branden. d2 stelt geen eis. |
| a | Zuurgraad van de rookgassen | a1 is het laagst, met een geleidbaarheid onder 2,5 µS/mm en een pH boven 4,3. a2 zit ertussenin, a3 stelt geen eis. |
Rook komt eerder dan vuur
Bij een gebouwbrand valt het merendeel van de slachtoffers niet door vlammen. Het eerste wat je kwijtraakt is zicht: in een gang die volloopt zie je het bordje boven de deur niet meer, en dan lopen mensen terug naar waar ze vandaan kwamen. Daarna komt gif. Bij het verbranden van kunststof ontstaan koolmonoxide en blauwzuurgas, en een paar ademteugen zijn genoeg om iemand tegen de grond te krijgen.
Zit er halogeen in de isolatie, dan komen er ook zure gassen vrij. Met het vocht dat bij een brand altijd aanwezig is wordt dat zoutzuur: het bijt in luchtwegen en in apparatuur. Daar gaat de a-aanduiding over.
Brandende druppels zijn een verhaal apart. Smeltend kunststof valt brandend uit de goot, precies op de plek waar mensen langs moeten. Zo krijg je een tweede brandhaard onder de eerste, of trekt de brand door een vloeropening naar een ruimte die nog niets merkte. Daarom wordt een goot boven een vluchtroute anders beoordeeld dan een goot boven een archief.
Zo bepaal je de klasse voor jouw pand
De CPR zegt hoe je een kabel indeelt. NEN 8012 helpt kiezen welke indeling je waar toepast. De norm loopt langs een aantal kenmerken van het bouwwerk en komt uit op een Euroklasse, inclusief de aanvullende aanduidingen.
De gedachte erachter is in gewone taal prima uit te leggen: hoe langer mensen erover doen om buiten te komen, hoe langer de kabel zich moet gedragen. Daarom kijkt de norm naar het gebruik van het gebouw, naar het aantal mensen, naar de vraag of die zelfstandig kunnen vluchten, naar het aantal bouwlagen en naar de lengte van de vluchtroutes.
Een kantoorunit met twintig mensen op de begane grond en twee deuren naar buiten komt laag uit. Een zorglocatie waar bewoners hulp nodig hebben, een hotel waar mensen slapen of een parkeergarage met woningen erboven komt hoog uit. Het is geen willekeur, het is optellen.
Er speelt nog iets mee: de hoeveelheid kabel. Eén kabel langs een plafond gedraagt zich anders dan een dichte bundel van tachtig stuks in een gesloten goot. Hoe meer brandbaar materiaal bij elkaar ligt, hoe eerder de brand zichzelf onderhoudt.

Waar het in bestaande panden misgaat
De goedkoopste rol van destijds
Panden van vóór 2017 zitten vol kabel zonder klasse. Dat is geen overtreding, want die is gelegd onder de regels van toen. Ga je uitbreiden of vervangen, dan geldt voor dat nieuwe deel wel de eis van nu.
Kabel zonder papieren
Restpartijen, losse rollen, goedkope import. Staat er geen klasse op de mantel en is er geen DoP-nummer, dan valt er bij oplevering niets aan te tonen.
Oude kabel blijft liggen
Bij vervanging gaat de nieuwe kabel er vaak naast en blijft de oude in de goot. De nieuwe voldoet, de goot niet, want het brandgedrag wordt bepaald door alles wat erin ligt. Los daarvan raakt de goot vol en wordt hij zwaarder dan bedoeld.
Alleen aan de datakabel gedacht
De CPR geldt voor alle vast aangebrachte kabels: elektra, camera, intercom, alarm, luidsprekers. Bij brandmeldinstallaties komen daar nog eisen aan functiebehoud bovenop.
Doorvoeringen niet afgedicht
Een kabel met de juiste klasse door een brandwerende wand zonder brandwerende afdichting eromheen: dan loopt de brand er alsnog doorheen. Klasse en doorvoering zijn twee losse onderwerpen.
Niets vastgelegd bij oplevering
Je moet kunnen laten zien wat er ligt: welk type, welke klasse, welke prestatieverklaring en waar het loopt. Zonder die vastlegging valt er niets te controleren op het moment dat een verzekeraar of een koper ernaar vraagt.
“Een brandklasse is geen sticker die je er achteraf op plakt. Zodra de kabel in de goot ligt kun je alleen nog teruglezen wat de fabrikant erop heeft gedrukt, en staat daar niets, dan houdt het op. Daarom kiezen we die klasse aan de tekentafel en niet bij het bestellen.”
John van den Bosch, CS Installatie
Wat je aan je installateur kunt vragen
Welke klasse is toegepast, en waarom die?
Een goed antwoord verwijst naar het gebouw en niet naar de voorraad. Vraag door: welk gebruik, hoeveel mensen, welke vluchtroutes. Dat is precies de afweging uit NEN 8012.
Krijg ik de prestatieverklaring?
Het DoP-nummer staat op de rol en op de doos, de verklaring zelf komt van de fabrikant. Vraag hem op vóór de aanleg, want dan kun je nog wisselen.
Staat de klasse in de opleverdocumentatie?
In het dossier hoort het kabeltype per traject te staan, de Euroklasse met aanduidingen, het DoP-nummer, de tekening en de labelinglijst. Bij nieuwe bekabeling hoort daar het meetrapport bij.
Wat gebeurt er met de bestaande kabel?
Dit is de vraag die het vaakst wordt overgeslagen. Gaat de oude kabel eruit, of blijft die liggen? En wat betekent dat dan voor de gootvulling en het brandgedrag?
Het verschil tussen klassen zit vrijwel helemaal in het materiaal en nauwelijks in het arbeidsloon. Een kabel met een betere brandklasse heeft een andere mantel, is meestal iets dikker en stugger, en vult de goot sneller. Trekken kost hetzelfde. Bij een verbouwing is het daarom zelden verstandig om op de klasse te beknibbelen.
Nog een paar vragen hierover
Is B2ca in elk gebouw verplicht?
Nee, er is geen klasse die overal geldt. In Nederland is Eca de wettelijke ondergrens voor kabels die vast in een bouwwerk zitten. Wat daarboven nodig is bepaal je met NEN 8012, op basis van het gebruik van het gebouw, het aantal mensen, hun vluchtmogelijkheden en het aantal bouwlagen.
Wat betekent een aanduiding als B2ca-s1a,d1,a1?
Dat zijn vier gegevens achter elkaar. B2ca is de hoofdklasse en zegt hoe weinig de kabel bijdraagt aan de brand. s1a gaat over rook en is de gunstigste variant binnen s1. d1 betekent hooguit druppels die niet langer dan 10 seconden branden. a1 betekent dat de rook een lage zuurgraad heeft.
Moet ik bestaande kabel vervangen omdat er geen brandklasse op staat?
Meestal niet alleen om die reden. Bekabeling van vóór 1 juli 2017 viel nog niet onder de CPR. Zodra je een traject vervangt of uitbreidt geldt de huidige eis wel voor dat nieuwe werk. Een verbouwing is daarmee het natuurlijke moment om het op te lossen.
Wat is een DoP en wie bewaart die?
Een DoP is de prestatieverklaring van de fabrikant, met een uniek nummer, waarin staat wat de kabel bij de brandproef presteerde. De installateur levert die aan bij de oplevering en de gebouweigenaar bewaart hem in het gebouwdossier, samen met de tekening en de meetgegevens.
Is halogeenvrij hetzelfde als een hoge brandklasse?
Nee. Halogeenvrij zegt iets over de zuurgraad van de rookgassen en komt terug in de a-aanduiding. Over vlamuitbreiding, warmteafgifte of de hoeveelheid rook zegt het niets. Een halogeenvrije kabel kan een lage hoofdklasse hebben.
Kan ik aan de kabel zien welke klasse het is?
Meestal wel. De Euroklasse staat op de mantel gedrukt, tussen het merk, het type, de aderdikte en de meteraanduiding. Hoe je die opdruk verder leest staat in ons artikel over de soorten UTP-kabel.